Het Calvinisme - pagina 146
HET CALVINISME EN DE KUNST
142
van de souvereiniteit Gods, in verband met onze schepping naar den beelde Gods, vanzelf en natuurlijk die hooge opvatting van den oorsprong, het wezen en de roeping der kunst voortvloeit, die we in Calvijns uitspraak vonden, en die nog u toespreekt in den heiligen kunstzin van uw hart. De wereld der tonen, de wereld der vormen, de wereld der kleuren en de wereld der dichterlijke ideeën, ze kunnen niet anders dan uit God zijn, en alleen wie Zijn beelddrager is, verstaat ze en kan ze genieten.
En zoo kom te
onderzoeken
ik
dan vanzelf op het derde
staat.
of laatste
punt dat ons
Eerst toonde ik u aan dat de onthouding van
maar juist voor zijn liet ik u zien, wat pleit. Daarna ontwikkeling van hoogere trap hooge opvatting omtrent het wezen der kunst uit de Calvinistische belijdenis voortvloeit. Thans ga ik u aantoonen op wat doortastende een
wijs
eigen kunststijl niet tegen het Calvinisme,
het
Calvinisme
den
bloei der kunst èn principieel èn concreet
bevorderd heeft.
En dan
de eerste plaats op gewezen, dat het Calvinisme de kunst mondig heeft verklaard door ze te ontheffen van de kerkelijke voogdij. Dat de Renaissance gelijke strekking had, betwist ik niet, maar bij de Renaissance ging dit met te eenzijdige voorliefde voor de Paganistische kunstwereld gepaard en onder het inroepen van meer Heidensche dan Christelijke ideeën. Het Calvinisme daarenhoezeer ook voor de vrijmaking van de kunst met de tegen, zij
er in
Renaissance saamwerkend, deed dit uitgaande van de Christelijke en was ter verwering dier beseffen scherper dan eenige
beseffen,
andere godsdienstvorm tegen alle Paganistisch inkruipsel gekant. Om tegenover de oudere Christelijke kerk niet onbillijk te zijn, voegt hier intusschen een
opgetreden
te
iets
breedere beschouwing.
midden van een
uiterlijk
De
Christelijke Religie is
hoog beschaafde, maar
innerlijk
Om
geheel verkankerde wereld, die dweepte met Heidensche kunst. met kracht beginsel tegen beginsel te stellen moest ze dus wel
beginnen met de overschatting van de kunst tegen te gaan, ten einde de ongelooflijke kracht die het Heidendom in zijn stuiptrekking juist aan die schoone kunstwereld ontleende, te breken. Tot tijd en wijle de worsteling op leven en dood met het Heidendom beslecht is, is de houding die het Christendom tegenover de kunst aanneemt, dan ook bijna wantrouwend. Schier onmiddellijk daarop nu volgde de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's