Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 62
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
!
„IK BEZWEER V
54
EU DEX LEVEXDEX
&0D."
borst. Hij voelt, dat hij onder dezAilken niet thuis hoort. Al wat in hem is komt tegen zulk liegen en bedriegen op. En hij dankt Grod, als hij er in slaagt, zich hoe eer hoe beter uit zooveel
de
mensfhelijke zelfverlaging los te warren. Wie het onderging leed er onder, en prijst zich gelukkig als hij er aan ontkwam. En is het dat een dier ruwe bedriegers, hem, als eerlijk man, nog een eed durft afvergen, en dan nog op den koop toe, hem van meineed durft verdenken, dan keert hij zich met weerzin en met walging af van wat beneden zijn eerlijk hart staat, en hem den blos van toorn op het aangezicht jaagt. En dit gold dan nog een zondig mensch, die straks zelf voor Grod op de knieën zijn zonde belijdt. En wat moet zulk een krenkende zielsmishandeling dan niet voor uw Jezus geweest zijn Yoor hem, wiens wezen zelf door alle leugen geschrijnd werd, die van alle leugen pijn had, zooals wij zondaren dat alleen in zeer gruwelijke gevallen hebben. Wat moet het voor uw Jezus niet geweest zijn, zich aan den leugengeest van zulk een verlaagde priesterschaar te zien overgegeven Door hen, hij de Zone Gods, als ware hij een gewoon boosdoener, op een eed te worden gevergd ? En waar hij zich tot dien eed nog leende, onder schel geroep, als een man aan vieineecl schuldia; met den vinger te worden aangewezen. !
Dit
is
deel des
nog
dan
ziele" geweest, een deus dat straks de kostelijke vrucht droeg, dat het meer dusver ,,de levr/eir voor zijn verlosten r/eliant heeft
ook een stuk uit „den arbeid zijner lij
gemaakt. „Als hij uit de leugen spreekt, spreekt hij uit zichzelf, want hij is leugenaar en aller leugen vader", was het beeld waarin Jezus en over dat ontzettend woord heeft ons satans bestaan teekent satan zich, door Cajaphas, gewroken, toen in het eind Jezus zelf, niet slechts leugenaar, maar zelfs „leugenaar onder meineed" gescholden werd. En tegen die wrake van satan stelt Jezus nu zijn wrake over. De wrake zijner liefde, dat hij het hart van zijn verlosten van de leugen losmaakt, er waarheidszin indrupt, ze met waarheids;
liefde benedij t.
Die bloeit
vrucht
van
zijn
lijden
bloeit
dan
ook sinds eeuwen, ze
nog, en al wie teederlijk uit de liefde zijns Heilands leeft,
voelt haar bloesem aan zijn ziele uitkomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's