Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 115
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
„WEENT NIET OTEK MIJ."
107
in zijn volheid. ^4/ den toorn des Almachtigen tegen heel ons schuldig geslacht. Te wanen dat om eigen leed ooit het lijden van den Christus in ons zielsbesef op den achtergrond mocht treden, scheen voor de ziel die geloofde dan ook steeds een heiligschennende gedachte. Zijns was het heiligste, zijns het ontzettendste, zijns het voltooide menschelijk lijden geweest. Het lijden waar elk geloovig lijder, om eigen leed minder te gevoelen, naar opzag.
maar dien schrikkelijken toorn Gods
wegzinkende onder den toorn Grods, laat uw Heiland met anderer leed, noch op den weg naar Grolgotha, noch aan den scliandpaal stervend, een oogenblik verkoelen. Yoor Maria was het vreeselij k, als moeder bij het Kruis te staan, en het aan te zien hoe haar wonder kind bezweek en wegstierf
En
de
toch,
deernis
in zijn doodssmarten.
Hier was het zwaard, dat door haar
ziel
ging.
der ziele, zooals nooit een andere moeder om haar kind heeft geleden. Maar toch wat was haar smart vergeleken bij het lijden van den Christus zelf":' En desniettemin weet Jezus deernis in het eigen hart voor de smart zijner moeder te vinden. Hij ziet haar aan, hij denkt aan haar, en van zijn lippen vloeit in het „Moeder, zie uw zoon" een woord van zielsinnige vertroosting. Of ook aan het kruis naast Jezus' kruis hangt een vroegere boosdoener met den dood te worstelen. Die man was, o, zoo diep weggezonken, maar door Jezus' grootheid verwonnen, o, Kon hij nog met Jezus van het kruis afstijgen, hoe zou hij voor hem op de knieën vallen, en voor hem roepen al het land door, en als smeeken om zijn discipel te mogen worden. Maar hij voelt den dood reeds in zijn aderen opklimmen. Hij gaat sterven. En nu wordt zijn ziel verteerd door de angstige vraag Zal er voor mij nog eeuwige redding zijn ? En Jezus doorgrondt dat zielelijden, en met de diepste deernis van zijn hart, ontneemt hij dien lijder zijn angste, hem toeroepend Heden zult r/ij met mij in het paradijs zijn.
Een
pijn
:
:
:
Dan waren
er
nog
die soldaten, Avillooze
tuigen van Pilatus' ongerechtigen
Euwe mannen,
die
onnadenkende werk-
zin.
op zichzelf niets tegen Jezus hadden.
In-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's