De overheid - pagina 432
Locus DE Magistratu.
414 land
het
van den eed van gehoorzaamheid
te
met Jan Zonderland bekend is, magistraatspersoon de magistrale macht kan
de geschiedenis vooral
uit
Paus aan zulk een
de
zoodat
onderdanen
en de
leggen
te
zooals
ontslaan,
ontnemen. Het eenig als
ius
discretionis
et
approbationis wil zeggen, dat de Overheid
Gods Woord onderzoekt en zoo haar eigen rechten en kennen. Daarop moet vooral de nadruk gelegd worden.
Overheid
zelf
daaruit leert
in niets
de kerk aanneemt, omdat de Kerk het zegt, maar omdat
van
edict
zij
plichten
Hierin bestaat dan ook het verschil tusschen de Romeinsche en Byzantijnsche
Roomsche
opvatting, dat de
feitelijk
Byzantijnsche de facto, nog niet
den magistraat onder de kerk brengt en de de Kerk brengt onder de Overheid
in theorie,
of Souverein.
V.
Thans
blijven ons
der Gereformeerden op
nog twee punten
dit
de vraag, of de magistraat ten goede het
tweede
:
ter
bespreking over
stuk een helder inzicht te krijgen.
om
in
de theorie
Het eerste gold
mag dwingen
den kwade mag bedwingen.
of de magistraat
Het eerste geldt de vraag der consciëntievrijheid, het tweede geldt de verhouding van de Overheid tegenover de
van deze twee punten- zullen
Bij elk
A.
ketterij.
we
thans afzonderlijk stilstaan.
Het vraagstuk der consciëntievrijheid.
De Roomsche kerk had geleerd, dat de Overheid haar onderdanen ook bemag in foro consciëntiae. Daarmede hing de instelling van de inquisitie samen. De inquisitie geldt n.l. niet enkel voor de uitwendige daad, want, wanneer heerschen
iemand uitwendig
zijn
godsdienstige plichten verzuimde of aan een niet getole-
reerde culte deelnam, werd
nog een waar ze zegt: het is niet genoeg, dat ge uitwendig geen verkeerde dingen doet of spreekt, maar debeo inquirere in personam alicuius, d. w. z. waar ze zegt te moeten toezien, of het van binnen in den mensch goed is en te moeten doordringen tot binnen in het heiligdom van 's menschen innerlijk leven, om daar ook de dwaling en inquisitie bestond.
hij
altoos strafbaar bevonden, voordat er
Neen, de eigenlijke
inquisitie
is
eerst daar,
kwaad op te sporen en met wortel en tak uit te roeien. Daarmee hing weer saam, dat op de ontdekking van inwendig kwaad
het
iemand de poena daarentegen
zetten, niets
afdoen.
spreken
en
Zit
bij
het
handelen,
kwaad niet gemoed en de het
capitalis
in ziel
stond.
Elk ander misdadiger kon
personen met inwendig kwaad zou
kwaad
bij
een
persoon
dan kan men van opsluiting
de uitwendige daad, maar
is
slechts heil
dit
in
men gevangen aan het kwaad
uitwendig
in
verwachten, doch
zijn zit
het schuldig in het hart, het
des menschen bevonden, dan helpt opsluiting
niets.
Het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's