De engelen Gods - pagina 87
ONLICHAMELIJK.
opgemerkt,
Wagens
ons
Schrift
zoodat
spreekt,
de
doorgaande van de engelen als één naam van Cherubs en Serafs en
Tronen en wat dies meer zij, onmogelijk geheel uiteenkunnen aanduiden, maar slechts kunnen verstaan
en
wezens
loopende
worden
van
verschillende
de
nu
grond
dezen
de
dat
wezens
soort
83
moet
elk
diensten waartoe ze geroepen
beroep
op
Jesaia
6
en
Op
zijn.
soortgelijke
visionaire teekeningen als bleek hieruit de lichamelijkheid der engelen,
met
worden
beslistheid
afgewezen.
Wie
zoo
spreekt,
verstaat
en
doorziet den aard van het visioen niet.
Evenmin vordert men voor de bewering dat de engelen lichamelijke zouden zijn, iets met te verwijzen naar hun lichamelijke verschijning, gelijk die ons telkens in de Schrift bericht wordt. Dat
wezens
zulke lichamelijke verschijningen van engelen metterdaad hebben plaats
geven
gegrepen,
we
natuurlijk
voetstoots
aanmerking komen,
die hier in
verhalen,
toe.
twijfel
Er moge bij enkele kunnen zijn of men
denken heeft aan het orebeurde in een visioen of aan het gebeurde de werkelijkheid, toch blijven er altoos tal van plaatsen over, waarin de lichamelijke verschijning der engelen ons zoo omstandig
te
in
en zoo actief in het leven ingrijpend geteekend wordt, dat steeds aan de Schrift geweld zal aandoen Avie de realiteit van deze lichamelijke
engelenverschijningen
oogenblik
men
deze
nu
hieruit
wil loochenen.
al deze verschijningen toch wordt dan een menschelijke gestalte, en in den
zijn ? Bij
waargenomen
anders
dan ook geen stemmen. Maar, hoe wil
wij aarzelen te
ooit het bewijs trekken, dat de engelen als zoodanig
wezens met een lichaam niet
Ook
volmondig toe
realiteit
op gewone menschelijke wijze gekleed. vreemds aan, dat zich met name vaak aanduidt door een hoogen lichtglans die hen omschijnt of van hen uitstraalt, maar
regel
Er
die menschelijke gestalte
is
is
wel
iets
dikwijls is toch ook dit
vreemde zoo weinig
in het
oog loopend, dat
aanvankelijk het verschil niet gemerkt wordt, en de persoon aan wie
de engelenverschijuing te beurt valt, eerst van lieverlee merkt, dat
hij
met iets anders dan met een gewoon mensch te doen heeft. Zal men nu op grond hiervan beweren, dat de engelen metterdaad zeker soort kleeding
dragen
ongerijmde
en
hiervan
deze van ons, menschen, hebben afgezien springt in het oog, waar dan nog
bij
?
Het
komt, dat
aldus deze verschijningen geheel in tegenspraak zouden zijn met wat
ons
van de Cherubs en Serafs verhaald wordt, en zoodoende tot een
onverzoenlijken zijn
die
schijning belijden,
strijd
visionaire
van dat
engelen de
in
de
voorstelling
voorstellingen
dan
engelen
ook
louter
en
die
alleen,
zou leiden. Te vereenigen verhalen zoo
geestelijke
omtrent de ver-
we met. onze vaderen wezens zijn, die ons nu 6*
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's