Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 121
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
heeft. O, tal
van martelaren en martelaressen hebben veel schrikJapan leden de Christe-
kelijker barbaarschheden geleden. Vooral in
nen zoo ontzettend.
Maar merk er wel op, de bitterheid van dit lijden neemt toe, niet zoozeer naar evenredigheid van de verscherpte marteling, maar naar gelang van de zielskwelling. Het is het onaclmJdicj lijden, dat hier het vlijmen verdiept. En hierom lion alleen Jezus dit lijden peilen in al zijn ontzettende diepte. Wij lijden ncoit onschuldig. In aller zonde ligt onze eigen zonde ingeweven. De boosheid die tegen ons losbreekt is onze eigen boosheid, ons beloerend en belagend uit anderer hart. Het is de algemeene luiat, die uit de zonde opkomt, en waarin we allen
verwikkeld
zijn.
Maar
hier was de reine, de heilige, de onzondige, de schuldelooze. Hij die aan niets deel had. In niet een enkele wortel vezel van de zonde met de vezelen van zijn eigen hart verwikkeld lag. Hij die geen haat ooit anders dan tegen Satan gekend heeft. De
vleeschge worden Liefde zelve.
en hierin alleen moet de onvergelijkbre diepte van het Heeren gezocht worden. Alle andere vergelijking voert niet tot het doel. Alleen zoo staat zijn lijden eenifi onder alle lijden in al de lijdenshistoriën der menschheid. Zoo alleen is hij de Man van smarten. Man van smarten, omdat hij en hij alleen waarlijk de Knecht Gods was. Hierin
lijden des
En
zie,
de
scientie,
met
zijn menschelijk besef, om tegen dit goed recht, met zijn vlekkelooze condeugdelijkheid zijner zaak in te gaan, dien
prikkel
allerdiepste lijden, al
met de
van
zijn
prikkel heeft hij gebluscht, heeft hij afgestompt, heeft hij gesmoord in zijn eigen ingewand. Zoo is hij het Lam Grods geworden. Hij zag niet op den steen, maar op die dien steen wierp. Hij trok zijn oog af van de zaag, en zag alleen op dien, wiens hand die zaag trok. Een Judas, een Cajaphas, een Pilatus, het waren hem altegader instrumenten, meer niet. Hij, van wien hem dit nameloos lijden overkwam, was zijn eigen Vader, zijn Vader in de hemelen. Neen, Pilatus, neen Cajaphas, neen Judas, gij zoudt geen macht tegen mij hebben, zoo u die niet van boven gegeven ware Omdat God het wilde, dat hij lijden zou, daarom wilde hij lijden. Of het hem geen worstelen gekost heeft, vraag dat aan de !
schaduw van Gethsémané's
olijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's