De engelen Gods - pagina 286
DE BEZlGHEit) DER GEVALLEN ENGELEN.
282
Hun op
met de heirseharen der goede engelen moet uiteraard
krijgen
gelijke
verklaard,
Avijze
het strijd voeren der goede engelen.
als
Het is een strijd die van geest tegen geest gevoerd wordt, zonder tussehenkomende stoffelijkheid of lichamelijkheid; gestreden met enkel en met geen ander dan een geestelijk resultaat. geestelijke wapenen, Het is een rustelooze worsteling tusschen die engelen die van God
God trouw
afvielen, tegen die andere die
de
sterkste
een
dien
krijg,
om
hieven;
beslissen wie
te
en aan den sterkste het veld schoon te laten.
is;
zij
kunnen Heeeen hun
niet
majesteit des Heeren
overmits
laten,
macht
de
de doorn in het oog
is.
En
Het
is
en
de
eveneens
een krijg, waarvan de goede engelen niet kunnen afzien, naardien de
booze
rustig
niet
mag
niet
in
ruste
naast
de
Leugen,
geestenwereld
woont
De Waarheid
voortbestaan.
maar
haar tot deze
bestrijdt
Dat nu deze krijg van de zijde der ook tegen den Christus en zijn rijk en zijn volk gevallen engelen zich keert, geschiedt niet op zichzelf uit haat tegen de kinderen der meuschen, maar uitsluitend omdat de Christus en zijn rijk en zijn ontzield en macliteloos nederligt.
God God
volk de zake Gods voorstaat, en op de verheerlijking van
Satan keert en
alle
de
Daarom nu
is
van
vernietiging
uitlooj^t.
als
God,
voor Satan aan dit ééne schrikkelijke
Gods
naam
en
glorie,
ondergeschikt.
keert zich de eigenlijke krijg der booze engelen uitsluitend
goede
de
altoos rechtstreeks en regelrecht tegen
strijdvoeren
overig
doeleinde:
tegen
zicli
In
engelen.
deze
zien
de trouweloozen, die op
zij
mee wilden
doen. Hadden deze maar meegedaan, dan ware huns erachtens de zake Gods verloren geweest. In hen schuilt dus het eigenlijke kwaad. Tegen hen keert zich daarom hun haat en woede. En niet de poging om de menschen te verderven, maar die strijd van booze tegen goede engelen is in den krijg des hemels, als we ons zoo mogen uitdrukken, hoofdzaak.
oogenblik
het
den
van
afval
niet
Het kwaad, dat de duivelen op aarde en onder de kinderen der menschen aanrichten, valt daarom onder een ander gezichtspunt, en staat niet tegenover het krijgvoeren, maar tegenover het dienen der ffoede engelen. Tegenover dienen staat heerschen, tegenover een dienen in ootmoed het willen heerschen in hoovaardij. En dit nu is het, wat met zijn engelen op aarde menschen te bestrijden, maar ons Satan
beschikke
over
ons
onze
natuur
naar
zijn
zijn
voor
Zijn
zich
heerschappij
te
doel
is
niet,
winnen, opdat
ons hij
vestige in ons hart en in
Ook tegen den Christus, menschelijke natuur, begon Satan niet met krijg te voeren. en
Integendeel treedt en
en
bedoelt.
belooft
in
hij
hem, niet
onze
menschenwereld.
Jezus vriendelijk tegemoet, poogt als list,
maar
in
hem
te
winnen,
der waarheid, de heerschappij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's