Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 210
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
;
„ZOXDE VOOR
202
0>'S
GEMAAKT.
maar juist om haar te vernietigen niet om aan haar deel te hebben, maar om ze als een vreemde vreeslijke macht aan te grijpen; ja, het zou zonde in hem geworden zijn, indien hij zich niet alzoo :
geheellij k tot
zonde had laten maken.
dus
ook
met aanvaarding van
de schvhl die op de van die schuld en van den toorne Grods die op die schuld rustte, was zijn doel. Die schuld kon niet weggenomen, tenzij hij eerst inging in de gemeenschap met de zonde, waaruit die schuld geboren was en nog dagelijks geboren werd. De toorne Gods moest gedragen, niet tegen eenige bepaalde zonde, maar tegen de zonde zelve tegen het zondig wezen of liever nog tegen het onheilig onwezen, dat in ons menschelijk geslacht was in- en doorgedrongen. In vollen zin des woords, de toorne Gods die rookte bij de zonde van het gansche menschelijk geslacht. Want al ons geslacht sterft aan één schuld de moederschuld voor de wortelzonde, eens door ons aller Yerbondshoofd in het Paradijs GelieellijJc,
zonde
rustte,
want
juist de opheffing
;
;
:
tegen
God
begaan.
niet bij den tel, als om te zeggen er zijn tien millioen uitverkorenen, en elk uitverkorene heeft tien millioen zonden. Alzoo vermenigvuldig die cijfers en dan komt ge vanzelf tot het cijfer van de zonden die Jezus op het hout gedragen heeft. Xeen, zoo uitwendig zijn de geestelijke dingen niet. Ze gaan bij tel noch cijfer. Alle zonden vloeien uit één bron, aller schuld is uit één schuld gesproten. En nu die bron heeft Jezus aangetast, en die wortelschuld heeft hij weggenomen dragende dus wel wezenlijk den toorne Gods die ontbrand was tegen de zonde van heel ons menschelijk geslacht. Er moest, er kon dus niets overblijven in het wezen der zonde, waaraan Jezus zicli onttrok, of hij zou niet één enkele van zijn
Het gaat dus
:
;
uitverkorenen verlost hebben. Immers, dit -zegt uw eigen belijdenis u wel, gij zelf, juist als kind des Koninkrijks weet beter nog dan de onboetvaardige, hoe ge met uw eigen persoon tot diep in het wezen der zonde wortelt hoe er niets in de zonde is, waarvan ge zeggen kunt, „het was buiten mij"; en hoe ge niet maar voor uw begane, veel min voor uw bewuste zonden, maar veel meer voor dr zonde in volstrekten zin in schuld bij uw God stondt. En daarom is er geen troost, en kan er voor uw ziel geen ver-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's