Het Calvinisme - pagina 98
HET CALVINISME EN DE STAATKUNDE
94
Wet van den reiniteit
Staat. De souvereiniteit van den Staat en de van de Kerk bestaan naast elkander en begrenzen,
souved.
i.
be-
perken elkander over en weer.
Van geheel andere natuur daarentegen dat ik aanstipte, vereiniteit
van
is het laatste vraagstuk de roeping van de Overheid in zake de souenkelen persoon. Reeds in het tweede gedeelte
t. v;^.
den
van deze lezing wees ik er op, dat de ontwikkelde mensch ook een persoonlijke levenssfeer bezit, met souvereiniteit in eigen kring. Hiermee bedoel ik hier niet zijn gezin. Dit toch is reeds eene sociale verbinding van meerdere personen. Bedoeld is hier wat Prof. Weitbrecht aldus uitdrukt: „Ist doch vermöge seines Gewissens Jeder ein König, ein Souverain, der über jede Verantwortung erhaben ist" 0. of wat Dr. Held in dezer voege formuleerde: „In gewisser Beziehung wird jeder Mensch supremus oder souverain sein, denn jeder Mensch muss eine Sphare haben, und hat sie auch wirklich, in welcher er der Oberste ist." ^) Ik wijs hierop, niet om de beteekenis der conscientie te overschatten; wie de conscientie vrij ook tegenover God en zijn Woord wil maken, begroet ik als tegenstander, niet als bondgenoot. Maar dit belet niet dat ik de souvereiniteit van de conscientie, als het palladium van alle persoonlijke vrijheid, in dien zin handhaaf, dat de conscientie nooit een mensch, en nooit anders dan God boven zich heeft. Toch doet zich de behoefte der persoonlijke vrijheid van de conscientie niet aanstonds gevoelen. Niet in het kind, eerst in den volwassen man spreekt zij zich met nadruk uit, en zoo ook sluimert ze nog meest bij nog onontwikkelde volken, en wordt ze eerst bij hoog ontwikkelde volken onweerstaanbaar. Een man van rijpe, rijke ontwikkeling gaat liever in vrijwillige ballingschap, laat zich gevangen zetten, of brengt het offer van zijn leven, dan dat hij dwang in het forum van zijn conscientie zou dulden; en de diep gewortelde wrevel, die in drie lange eeuwen tegen de inquisitie niet uitstierf, sproot rusteloos op uit het besef dat haar practijk het menschelijke in den mensch schond en aanrandde. Hieruit nu vloeit voor de Overheid tweeërlei verplichting voort, de eerste om die vrijheid van conscientie te doen eerbiedigen door de kerk, de tweede om zelve voor de souvereine conscientie uit den weg te gaan. Wat het eerste
')
Weitbrecht, Woher und
fassungssysteem,
I.
p, 234,
V/ohin,
Stuttgart
1877
p.
103.
2)
held, Ver-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's