De overheid - pagina 445
§
De magistratu
12.
En evenmin kon Deut. alsdan
blijkens
Velzen,
vr.
vervloekte
zou moeten
duidelijke, ter
afgoderij
zake dienende, afdoende en
omdat daar van
Beroep
op eene bepaling
ik mij
twee
daarentegen één
mag
ik
autoriteit
ons land
is
en vind
over Godslastering, dat
artikel
handelende van afgoderij,
om
en daar-
liet,
iets
zoo vrees-
alleen in het
mee gedekt wordt.
het, oordeelt
handelen, maar
die over afgoderij
artikelen,
in
dan ook zich
zelf.
het Israëlietische strafwetboek, overmits
uit
van goddelijke
strafwetboek
systeem
zijn
er
eene bewijsvoering, ieder voelt
zulk
geboden liggen
stellige
16 alleen,
vs.
op het schavot,
uiterste geval te executeeren
Maar
overmits de Overheid
Vandaar, dat onze hooggeachte opponent deze
en schriklijks melding wordt gemaakt, dat
lijks
zijn,
personen, die
b.v, alle
zonder sparen of verschooning onverbiddelijk
is,
entegen het aanhield op Lev. 24
dit
gading
zijn
het bedienen van de Mis zich neerbuigen,
bij
dood brengen.
ter
van
wegens het 80 van onzen Catechismus ook voor hem, den heer Van
de Mis bedienen of
geen
2—6
17 vs.
427
in ecclesiam relatione.
moeten inquireeren en
had
zelfs
sua
in
ik in dit
mij te kras
strafwetboek
zouden
zijn,
en
mijn kader zou passen, dan
in
niet naar willekeur,
de desbetreffende
arti-
overslaan en toepassing vragen van een ander artikel, dat mij wel toe-
kelen
maar eenvoudig op het gegeven geval niet slaat. Er dient dus aan den heer Van Velzen en wie met hem eenstemmig denken de eisch te worden gesteld, dat ze óf van afgoderij handelende, zich houden
lacht,
aan de desbetreffende bepalingen van het Israëlietisch strafwetboek, óf
zuilen
wel dat dat
ze
van meening
ze,
zijnde, dat dit niet behoeft,
strafwetboek niet
dit
meer
als
dan ook zullen erkennen,
voor ons geldende beschouwen en op
dien grond zich niet houden aan wat geschreven staat.
Doet nu de heer Van Velzen het met de
hij
inquisitie,
de Overheid
En doet
alle
dan kantelt
zijn
systeem en moet
Roomsche landgenooten
b.v.
aan
als plicht voorschrijven.
het laatste, dan verliest
hij
Israëlietische
eerste,
de uitroeiing van
hij
hiermede ook het recht
nu toch weer Lev. 24
strafwetboek
vs.
om
16 te citeeren
;
uit
het
althans
nog geldend gebod. Zoo ziet men dus, dat de eenig overgebleven Schriftuurplaats, die van Lev. 24 vs. 16 al evenmin zoo
hij
het citeeren wilde als voor ons
steek houdt lo.
omdat ze
20,
op gevallen,
30.
als strafwetbepaling,
NO.
314 van
niet
van afgoderij handelt
als die
de
van Servet,
Heraut
niet slaat
;
en
zonder meer, voor ons
niet geldt.
een
waarvan de
behelst
artikel,
eerste 3 alinea's
aldus luiden
Nog ter
één
enkel
bespreking
punt
over.
blijft
We
uit
den „Open brief" van den heer Van Velzen
bedoelen het zoogenaamde „akeligheidsargument."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's