Het Calvinisme - pagina 182
HET CALVINISME EN DE TOEKOMST
178
ook de philosophie, de letterkunde, de linguïstiek, de psychologie, de aesthetiek, ja ook de medische en natuurkundige studiën gaan, zullen ze diep worden opgevat, alle zonder onderwetenschappen,
scheid op beginselen terug, en met meer ernst dan dusver dient in
onze kringen de vraag gesteld, of de logische, de ontologische, de kosmologische en anthropologische beginselen, die in deze wetenschappen heerschappij voeren, met de beginselen van het Calvinisme overeenstemmen, dan wel tegen zijn grondslag ingaan. En dan ja voeg ik ten slotte aan deze drie, mij dunkt historisch gebillijkte,
eischen ten slotte nog dit als vierde toe, dat die kerken,
nog zeggen van Gereformeerde belijdenis te zijn, dan ook mogen ophouden zich die belijdenis te schamen. Gij hebt gehoord, hoe breed mijn opvatting en hoe ruim mijn gezichtspunt is, ook in zake het kerkelijk leven. Van niets dan van vrije ontwikkeling blijf ik heil ook voor het kerkelijk leven verwachten. Ik loof de veeldie
vormigheid en zie er een hooger standpunt van ontwikkeling in. En zelfs voor de kerk die het zuiverst belijdt, blijf ik steeds de hulpe
van andere kerken inroepen,
opdat haar nooit
worde aangevuld. Maar wat weerzin vervulde, was een kerk te zien, zijdigheid
kerk
te
borgen,
Wat men
van
stee belijdt
loochenen eenmet wrevel en
den ambtsdrager eener met de vlag opgerold onder het lijfkleed ver-
ontmoeten, in
te
mij steeds
fier
te zijn,
of
die vlag in frissche kleurend uitrollend.
moet men dan ook durven wezen
in zijn
daad en in heel zijn optreden. En een kerk, die Calvinistisch van oorsprong en nog herkenbaar aan haar Calvinistische confessie, den moed mist, wat zeg ik, die den zielslust niet meer kent, om kloek en dapper die belijdenis tegen heel de
woord,
in
zijn
wereld
te
verdedigen,
onteerd. Laat de laat
ze
gering
nog in
in
niet het Calvinisme, maar zich zelve merg en been Gereformeerde kerken klein
heeft
het cijfer wezen, als kerken zullen ze voor het
Calvinisme steeds onmisbaar blijven, en de kleinheid van die kern deert ons niet, zoo die kern maar gaaf, zoo ze maar door en door gezond, zoo ze maar tintelend is van generatief en uit-
persend leven.
En zoo M. H. spoedt ook deze
laatste lezing ten einde
en
zij
u
mijn dank geboden voor de duldende welwillendheid, waarmee ge mijn breed betoog volgen woudt. Maar eer ik besluit, gevoel ik
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's