Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De overheid - pagina 385

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De overheid - pagina 385

2 minuten leestijd

De magistratu

§12.

Rome

was de godin van

Hestia

kracht.

zich

Al wat in

zelf.

hadden de de

daar

De

was.

zeggen

Rome

't

357

in ecclesiain relatione.

In

haar aanbad

staatswege geschiedde, geschieddde altoos

civiele als in

Rome geen

priesters in

Religionsverein

in

sua

Romeinsche gouvernement.

het

Rome van

op godsdienstige wijze, zoowel keerd

in

't

militaire.

Maar ook omge-

oogenblik eene zelfstandige positie,

naast den staat stond, maar deze de staat zelf

niet

flamines en pontifices werden door de Overheid benoemd, hetgeen niet

de koningen of consuls

wil, dat

plaats

dit

deden, want de benoeming had

Doch

met medewerking der centuriën.

waarop de benoeming

kwam, maar geen oogenblik

stand

tot

is

in

de wijze,

dit raakt slechts

er sprake

van

zelfstandig optreden van de Religionsverein en van een club van geeste-

een

wordt een zeer beperkt aantal van flamines en pontifices

hierdoor

of

lijken

De

aangeduid.

volstrekt geen

pontifex

maximus stond wel hoog

oppermacht

De

uit.

in eere,

maar

hij

oefende

flamines en pontifices waren armen van den

organen, waardoor de Overheid het innerlijke leven, dat van de Goden werd afgeleid, naar buiten liet treden. Hiermede hangt samen, dat in den strengst mogelijken zin de Romeinen een nationalen godsdienst, een volksgodsdienst hadden en dat het denkbeeld van staat

;

algemeene religie voor alle volkeren eerst dan te grijpen was, als de Romeinen de geheele wereld met het zwaard zouden veroverd hebben en de Romeinsche godsdienst de godsdienst der wereld zou zijn geworden. Toen in het tweede tijdperk der Romeinsche geschiedenis de Plebejers van lieverlee mee opgenomen zijn in het publieke leven, zijn zij ook tegelijk ingetreden in de Romeinsche religie, maar ook toen eerst en het is eerst nog eene

weer

later,

dat

kregen en alleen gelijkheid

Hiermee

ze

de verkiesbaarheid voor het pontificaat en flaminaat ver-

in laatste instantie zijn

met de Patriciërs komen samen,

hangt

dat

de

ze burgerüjk en religieus op'^voet van

te staan.

Romeinen

in

overwonnen landen

niet

hun

godsdienst propageerden, maar eenvoudig den godsdienst, die in dat volk bestond, lieten bestaan.

Waarom was de

religie

de

dit

ziel

natuurlijk ?

van den

Alleen

staat was.

om

deze reden, dat

bij

de Romeinen

Werden nu de vreemde overwonnen

landen, door wingewesten van het Romeinsche

rijk

te

worden, daarbij

ingelijfd,

zoodat ze een deel van het staatsorganisme werden ? Neen, ze werden alleen

maar niet een organisch deel van den staat. De inwoners van zulk een overwonnen land werden in zulk eene provincie niet Romeinsche burgers, maar ze bleven Galli, Pieten, Kelten enz., ze bleven, wat ze waren. Aan enkele personen werd als eene gunst de civitas Romana, het Romeinsche burgerrecht bezit,

verleend, zooals ook blijkt

dat

de

uit

de geschiedenis met Paulus.

inwoners der overwonnen landen

niet

Daaruit

blijkt dus,

een integreerend deel van het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's

De overheid - pagina 385

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's