Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

"Ons program" - pagina 202

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

"Ons program" - pagina 202

2 minuten leestijd

ONZE STATEN EN RADEN.

186

men

van

namelijk

ambt

van

oorsprong,

oudsher

een

groep

burgers,

door

die

van

gelijkheid

of levenspositie, gemeenschappelijke belangen te ver-

dedigen hadden.

Nu nog

leeft

aanduiden,

boerenstand,

men

dat

een

namen

de boeren, de kooplieden, de arbeiders, de burgers

denkt als volksgroepen, die in het publieke leven gelijksoortige,

zich

enz.,

een

is

een handwerksstand, een burgerstand, enz. Altegader

handelsstand, die

Er

spraakgebruik.

het

in

dit

en dus gemeenschappelijke, belangen wenschen te verdedigen. „Staat" en „stand" nu waren oudtijds volkomen gelijkluidende termen

met

Alleen

onderscheid,

dit

werd,

gebezigd

die

„Staat"

dat

').

die hoogere standen

waren opgeklommen, en

beteekenis

politieke

tot

van

alleen

die

dus „een staat voeren" konden.

w.

der

hoogere

standen

zich destijds in drie „staten" op,

den staat der geestelijken, den staat van den adel en den staat

in

poorters

den

door

deze

losten

Feitelijk t.

De

burgerschap.

der

of

vertegenwoordigd te

adel

boei'enstand

werd

gerekend

daarbij

de kooplieden, de

zijn; terwijl

mannen

van trafieken en de handwerksgezellen, meeliepen onder de poorters.

Deze

standen

drie

nu:

staten

of

de geestelijken, de ridderschap en de

steden, traden voor de verdediging van of

hoogheid,

hertogelijke

steden

Germaansche standen

van

en

kunnen

optreden,

kwam 2.

verschijnen,

te

zoodat

bestaan

:

1.

beter,

allengs

op. Alle

tweede groep;

terwijl

En nu hadden, naar oud-

en corps opkomen wel

dat

vond men allengs

aantal,

geestelijkheid; 3.

bij

grafelijke

maar en corps

curie; de adel een

aanmeldden.

zich

persoon

in

laten

te

delegatiën

drie

der

groote

saam

allen

corps

traditiën,

staten

of

het

derde

als

hun rechten tegenover de

hoofd voor hoofd,

vormden saam ééne

geestelijken

de

niet

de

alle

leden dezer

maar om het ongerief

delegatie voor

een

vertegenwoordiging uit

een delegatie

uit

den staat of stand

een delegatie uit den staat of stand der ridderschap;

een delegatie uit den staat of stand der steden.

§ 133.

Hun

vroegpere werkingr-

Oorspronkelijk gatiën.

ééne

uit

waren elk

dus

„de Staten"

der

drie

staten

of

een

vergadering

standen

van

drie dele-

die tot politiek aanzien

waren opgeklommen.

Toen nu door de Utrechtsche Unie de Staten van zeven gewesten bondgenootschappelijk

vergaderingen

')

Cf.

K ilian

der

in voce:

aaneensloten,

gewestelijke

moest

Staten

er

nog

natuurlijk

uit

bovendien

één

deze

zich

zeven

centrale

at and, status, conditio, en in voce: staat, status, conditie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's

"Ons program" - pagina 202

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's