Het Calvinisme - pagina 135
HET CALVINISME EN DE KUNST
131
om moskee
en pagode schikten. Nauwelijks één kunststijl is te noemen, die niet van het middelpunt der Godsvereering is uitgegaan en niet in het prachtgebouw voor die vereering zijn voltooiing zocht. Een op zichzelf edele aandrift dreef daarbij. De kunst ontleende aan de Religie haar rijkste motieven. Ze vond in den religieusen hartstocht de goudmijn, die geldelijk haar stoutste ontwerpen mogelijk maakte. Alleen in het heilige vond ze niet enkel den engen kring van kunstminnaars, maar heel het volk in zijn breede rangen aan haar voeten. De aanbidding strengelde den eenheidsband om alle verspreide kunsten. Ook gaf ze door dien band van het eeuwige aan de kunsten innerlijke eenheid en ideale wijding. En zoo verklaart het zich dat, wat ook paleis en tooneel voor den bloei der kunsten doen mochten, het stempel van een eigen karakter, in de saamvatting der kunsteenheid, alleen door het heiligdom op de kunst werd gedrukt. Kunststijl en stijl van aanbidding vielen samen. Ware nu deze door kunst gedragen aanbidding en door aanbidding gekoesterde kunst metterdaad het ware en hoogste, dan, het moet erkend, zou het Calvinisme het afleggen. Blijkt daarentegen dat dit huwelijk van religie en kunst een lagere trap van religieuse en in het gemeen van menschelijke ontwikkeling vertegenwoordigt, dan, het is duidelijk, wordt het niet hebben van een eigen kunststijl voor het Calvinisme veeleer een aanbeveling. Dat dit nu metterdaad zoo is, staat voor mij vast, en van dit mijn gevoelen geef ik u rekenschap. Aesthetische ontwikkeling der
Godsvereering, opgevoerd tot die waarvan Parthenon en Pantheon, Aja Sofia of Sint-Pieter de in steen vastgevroren getuigen zijn, is alleen denkbaar op die lagere ontwikkelingstrap, waarop eenzelfde religievorm door overheidsmacht en priestermacht aan heel het volk wordt opgelegd. In symbolische aanbidding smelt dan alle onderscheid van geestesuiting ideale hoogte
saam, en de massale eenheid, onder magistrale en clericale leiding, biedt de mogelijkheid om zoo kolossale werken te bekostigen en in stand
te
houden.
Bij
de
voortgaande
ontwikkeling
der
volkeren
daarentegen, als de verbijzondering der geesten de massale eenheid splijt,
het
klimt
ook de Religie
symbolische
in
het
tot
die
hoogere
klaar bewuste
trap
op, dat ze uit
leven overgaat, en hiermee
de splitsing in velerlei vormen van aanbidding, 2^ de losmaking van de mondig geworden Religie van staatsvoogdij, en 3. de bevrijding van de sacerdotale opperheerschappij, noodzakelijk maakt. Tot die 1.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's