De overheid - pagina 416
Locus DE Magistratu.
398
Antitypisch
zelf
om
maar met geen enkel-woord
te buigen,
in
dezen Psalm
geen verkeerde dingen
is
zal doen,
Christen te zijn en hieruit af te leiden,
de haar toevertrouwde macht van het zwaard moeten gebruiken
zij
grijpen
zaken
in
beschermender Ps. 72 VS.
e.
dingen te doen, terwijl
oproeping voor de Overheden
hierin de
ligt
de knie voor Jezus
te
verkeerde
gezegd wordt, dat de Overheid
siechts
dat
om
anderen
aan
beletten
10,
der
en
religie
aangelegenheden
kerkelijke
om
in
anders dan
wijze. 11.
woorden wil men afleiden, dat de Overheid als zoodanig geroepen om de wet Gods naar de beide tafelen te handhaven. Intusschen staat
Uit deze is
Er wordt hier eenvoudig gesproken van een Israëlietisch koning,
hiervan niets.
hem wordt gezegd,
en van
dat
gende landen en volkeren
hem
volkeren
en dat ze In
de eerste plaats
dat ze
zijn,
de verschillende koningen dier
hem
als
hun hoofd zullen vereeren
doen ook met geschenken. is
de historische
dit
Ten tweede wordt
letterlijke zin.
in
Psalm antitypisch gedoeld op het koningschap van Christus, maar dan
dezen
op den Christus
natuurlijk
lede
cijnsbaar zullen
dit zullen
eens zoodanige hegemonie over de omlig-
hij
zal uitoefenen, dat
het Rijk der Heerlijkheid over
de woorden
a
:
1
1
e koningen,
einde
der dingen daar
tegen
den
Christus
voortgaanden triomf, zooals
in Zijn
loop der eeuwen
den
in
Zijne vijanden triomfeeren
al
want
Thans
is.
van
Hij
koningen aan zich onderwerpen
alle
dit is eerst is
het
nog
zal.
en
in
Dit blijkt uit
voor voleinding vatbaar,
altijd
liever-
zal
als het
het grootste deel, dat zich
en het kleinste deel, dat zich neerbuigt voor den
verzet
koning der koningen. 30.
Vervolgens staat
nederbuigen,
maar dat
hier
niet,
dat
zich voor
zij
alle
Hem
koningen zich voor
Deze woorden hebben dus als Koning, wordt
Christus
roü
y.e(pxX>,
komt
hier
Hij
maar
a-üypcxToq,
voor,
als
worpen worden, opdat Christus
wordt
aarde gegeven
hier is.
Hij
als
schen Overheid en Kerk.
antitype
daarna het als
op
als
rijk
hier
dus
er uit afleidt.
Hoofd Zijner
van de type, die alle
is
zullen.
met hetgeen men
genoemd
niet
degeen, aan wien
gedoeld
In het
niets uitstaande
hier
Het
zullen neerbuigen.
geen gebod, maar eene profetie van wat de koningen doen
Hem moeten
Israëls
kerk, als
koning had,
machten en vijanden onder-
aan den Vader
Hem, wien
alle
zal overgeven.
macht
in
Op
hemel en op
minst niet wordt hier gehandeld over eenige relatie tus-
Het gaat hier
niet
over de kerk, noch over het Hoofd
God gezalfden Koning over Zion, den berg Zijner waar nu schijnbaar voor de volkeren der aarde onder moet doen, maar Die eenmaal zal triomfeeren, zoodra alle machten voor Hem der kerk, maar over den van Heiligheid,
die
wel
is
zullen zwichten en Zijn rijk bestaan zal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's