De overheid - pagina 281
§
De
9.
de afstammelingen van de kleinzonen van
rinsiiZ'D
melingen van de achterkleinzonen van
want waren
altoos stipt doorging,
kleinzonen voor
men daardoor
kan
waren,
Jacob
ninsa'p
zooveel
wat voortkwam
al
Het
is
kleinzonen
als
bestonden
en
de
dat
msN
er
dit
ook wel
Toch
regel.
als er
De niiN
de achterkleinzonen van Jacob.
uit
meenen, dat
niet
dus geen absolute
D''tp3tr
de afstam-
n*»!
dan werden
er te weinig zonen,
zeggen, dat er zooveel
en ninx
Israël
Men moet
Israël.
de plaats geschoven.
in
263
regiminis forma.
zonen van omvatten
n'in
als laatste
n""!!
gradatie bestond dus uit een tamelijk uitgebreide familiëngroep.
de indeeling „domestice" genomen,
dit
Is
koct 'c'xsvofxi.xy, in het heilige trad
echter de gezamenlijke bevolking als zoodanig in een geheel ander karakter op.
We
moeten wel onderscheiden, anders verstaan we de antithese leerboek wordt de zaak niet
Keils'
De
of
nni?
de
iets
Ook
in
voorgesteld.
al te duidelijk
was gansch
brp^
niet.
anders dan de
n''3.
^X'its'^
De
laatste
duidt aan, dat de zaak familiaar, huiselijk oeconomice, naar de bloedverwant-
schap genomen wordt.
De
bestond niet alleen
^n\)
groote
quaestie.
plaats grijpt, dat
besneed
;
want
besnijden,
behoorden.
Daarna van
is
bij
den uittocht
voorts
velen
er
uit
mee
moest
besnedenen.
Dit
is
de
meer
^7\\)
omliggende volken in
in
tot uit
den stam van niet-
Israël
dan wel Joden.
immers toen van de gelegenheid
Daarom
lieten ze
zich
kunnen opgenomen worden.
Verder
zijn er al-
de Joodsche groep opgenomen;
allerlei
menschen
te
lieten zich besnijden,
want
alleen door besnijdenis
de Joodsche groep worden opgenomen, slechts de
zijn
door Egypte onderworpen
Vroeger
maakten
derde geslacht konden Egyptenaren en Edomieten, in
ingeborenen van
Egypte behalve de Joden eene groote gemeenschap
waren,
bn'p^
vreemdelingen
door besnijdenis
alle
het Egyptische juk te bevrijden.
de
konden vreemdelingen niet,
hij
waren, die niet
uitgetrokken.
cijnsplichtig
om zich van om ook in
allerlei
de
en
drie
waaronder
besnijden
uit
uit alle
zien we reeds bij Abraham, waar de eerste besnijdenis nog meer van de vreemdelingen dan van zijn eigen zaad daarvan kon hij er slechts twee besnijden, met hem zelf
Oorspronkelijk bestond dus de
stammen, die
toos
Joden, maar
^nf^.
Nu
vreemdelingen
gebruik
uit
geen nny en
P"'n
hij
maakt dat
meegerekend huis
Als zoodanig vormt de ^vrw\
brp^
in
in
het
het eerste en tweede geslacht
worden opgenomen. Geheel
uitgesloten
waren de
Moabieten, Ammonieten en de zeven Kanaaneesche volken, de eunuchen en de "ir^po,
die uit incestus geboren zijn.
Cfr. Deut.
23
:
1—3.
Elke vreemdeling, en hierop moet de nadruk gelegd, behoorde evengoed als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's