Het Calvinisme - pagina 137
HET CALVINISME EN DE KUNST En
in het onzienlijk geestelijke.^)
sterker
nog
133
leert
Von Hartmann
Godsvereering in onafscheidbare eenheid met de kunst op, overmits de Religie op dit lagere standpunt nog de neiging bezit, om zich in den aesthetischen schijn te verliezen. Alle kunsten treden dan in dienst van de culte op, niet alleen toonkunst, schilderkunst, beeldhouwkunst en bouwkunst, maar ons:
„Oorspronkelijk
treedt
de
ook de danskunst, de mimiek en het drama. Hoe meer daarentegen Religie zich tot geestelijke rijpheid ontwikkelt, hoe meer ze zich van de kunst, als buiten staat om haar wezen uit te drukken, de
En
losmaakt.
het slotresultaat," zoo besluit
scheidingsproces doet
zijn,
hij,
„van
dit historische
dat de gerijpte Religie geheel afstand
de prikkeling die het aesthetische schijngevoel haar bezich geheel en uitsluitend te concentreeren op de ver-
van
om
looft,
moet
wekking van echt godsdienstige gewaarwordingen". •) Deze grondgedachte nu, zoo van Hegel als van Von Hartmann, is volkomen juist. Religie en kunst hebben elk een eigen levenssfeer, sferen die, aanvankelijk nauwelijks onderscheiden en deswege ineengemengd, bij rijker ontwikkeling van zelf uiteengaan. Zoo ziet ge het aan tweelingen in de wieg nauwelijks aan, of ze tot het manlijk of vrouwelijk geslacht behooren, maar als straks die twee tot volwassen leeftijd zijn gekomen, staan man en vrouw elk met een eigen verschijning, met eigen gaven, en met een eigen zielsuitdrukking voor u. Niet alleen de Religie maar ook de Kunst vraagt daarom bij hooger ontwikkeling om een zelfstandig leven, en de
twee stengels die aanvankelijk dooreengevlochten waren en daarom van een zelfde plant schenen te zijn, blijken dan te stoelen elk op een eigen wortel. Dat is het proces van Aaron tot Christus, van Aholiab tot de Apostelen des Heeren, en krachtens datzelfde proces neemt in de zestiende eeuw het Calvinisme een hooger standpunt in dan het Romanisme veroverd had. Dienovereenkomstig kon en mocht dus religieus
het
religieus
Calvinisme
beginsel ontwikkelen.
Het
te
geen eigen
kunststijl uit zijn
doen, ware een terugzinken
op lager standpunt geweest. Veeleer moest het zijn nobel streven de Religie en met haar de Godsvereering, al meer uit den zinnelijken vorm los te wikkelen en krachtig geestelijk te doen opbloeien. Daartoe was het in staat door den krachtigen polsslag. zijn,
')
G.
1845 Th.
W. III.
F.
Hegel, Encycl. der Phil. Wissenschafte in Grundrissen. Berlin 2) Von Hartmann, Aestfiefik. Leipzig II. p. 458, 459.
p. 445.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's