Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 236

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 236

meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren

3 minuten leestijd

228

„MOEST DE CHRIïSTLS

MET

DEZE BlXti^EX LIJDEX r"

straks tegen den Leeraar in Israël gemachineerd hadden geleden door wat de kinderen der wereld in hun onwetendheid, of de mannen der wereld in hun kwaadaardig opzet aan Jezus hadden ;

geleden van de schare die hem niet begreep, van het dat zijn Messias nariep en steenigen wilde; gede machtigen der aarde; en geleden van zijn eigen, anders zoo trouwe, maar zoo telkens verblinde jongeren, bovenal. Alle deze clinc/en, o, wie zal het naar waarde opsommen, wat al die lange jaren Jezus in zijn hart heeft gewond, in zijn ziel heeft gekrenkt, en hem aan smartelijk verdriet, door miskenning en laster, straks door aanranding, hoon en vermetelen overmoed is

aangedaan volk van leden van

aangedaan

:

Israël,

'r

waar zoudt ge aanvangen en waar eindigen, saamvattend woord van de vlucht naar Egypte af tot aan het Eli Lama Sahachtani besloten ligt, wildet noemen. Het is zulk een wereld, zulk een onpeilbare diepte, zulk een oceaan van lijden, die in den toorn Grods, die om onzentwille over hem kwam, hem van alle kant omringde, dat ge verstaat hoe de man der kunst aan den Man der smarte het woord uit de Klaagliederen op de lippen kon leggen ,,Gij allen, die op den weg voorbijgaat, schouwt het aan en ziet, of er een smart gelijk zij aan mijne smart." Bovenal omdat Jeremia er bij klaagde: „Grelijk de smart, die de Heere mij aangedaan heeft, toen Hij mij bedroefd heeft ten dage van de hittigheid zijns toorns." Alle zoo ge

(leze

al,

dingen,

wat in

dit

:

En van dat lijden vraagt nu hij, die het al doorleed, nadat het doorworsteld is: Moes! het niet ^ Moest niet de Christus alle deze dingen lijden? Voelt, tast ge zelf niet, dat het niet afgewend l-on worden, niet afgewend mocht worden, en alleen daarom niet afgewend is'} Er heerschte hier een hoog, een heilig moeten, diep van zin vooral op de lippen van hem, over Aviens lippen de klagende bede was gekomen Xeem, Vader, dezen drinkbeker van voor mij weg, tenzij dat ik hem drinke. En dat hooge, heilige moeten is niet als een mysterie, dat hij voor zijn jongeren ontsluiert. Hij zegt niet: „Gij kondt dit niet vermoeden, maar nu, nadat het alles geleden is, zeg ik het u. Het moest alzoo, het kon niet anders." Eer integendeel beroept de Overwinnaar over dood en graf zich op hen zelven, op wat ze ook buiten hem weten konden, op :

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 236

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's