"Ons program" - pagina 49
B3
HET GEZAG. inkt
hebben moeten
zelf
om
weer moeten maken,
voor elk gegeven geval
maken, en ze telkens
ze elk oogenblik juist te doen beantv^^oorden aan
mijn doel en eiken hinder voor het doorzetten van mijn wil te verwijderen.
Maar ook
ge
stelt
al
dat
dan nog zou mijn souvereine macht
mogelijk,
dat stuk papier niet absoluut
tegenover
maken
wijl ik bij het
zijn,
van
er
mij gebonden zou vinden aan de gemeenlijk daarvoor gebruikte grondstoffen
en
zwang
in
instrumenten,
zijnde
overkomt,
fabrikant
besten
nóg een fout
brengen
of
grenzen
van wat mogelijk
zou
derhalve
ik
geheel
neem nu eens de pen
voor
en
zou
te
afstuiten op de
zien
grondstoffen en die instrumenten
die
macht en bedwang moeten hebben. En
mijn
om
stond, dan zou ik,
machinale schrijven
het
nóg een verbetering aan
aan, dat ook dat ondenkbare zich denken
dienste
liet,
en dat voor te
absoluut souverein alleen nog maar
wezen, bovendien nog naar eigen wenscii
te
wetten moeten kunnen vaststellen en wijzigen, die het kleven
de
lust
om
verdwijnen,
Ook
is.
niet zelden, gelijk dit den
dus
ik
voor den inkt dezelfde vrijmacht van scheppende bewerking
en
mijnen
doen
te
in
en
poging
mijn
van den inkt aan de penstift en het uitvloeien van het vocht op het papier beheerschen.
Alleen denkbaar in C^od.
§ 19. Dit
het
ik
dat
absolute ik
overgebracht,
van
de
en
grondstoffen,
4.
dat
waaruit
aan mij
het
toont
over eenig voorwerp ver-
voorwerp geheel
dit
werking beheerschen en
zijn
algemeen
het
op
souvei-einiteit
mijn
in
gemaakt hebbe naar eigen goedvinden,
hange,
vrijmacht
een
1.
zelf
roepen
leven
geval
speciale
dit
voor
dat
worden:,
eischt
dat
van
nu,
derhalve,
bezit 3.
gemaakt
het
hebbe,
2.
dat het in het is,
aan
mijn
de wetten te bepalen, die
sta,
verhouding tot andere voorwerpen regelen
zijn
zullen.
nu
Wijl
macht volgt
ook,
der
hebben
een
eenig
vorst
naar
over
zijn
volk,
nooit
een
absoluut
wat
recht
talent of
naam
of
of beschikken kan,
en in der waarheid vader naar recht en
eenig
souverein over zijn gezin, nooit een eenig vee-
recht en in der waarheid absoluut souverein over zijn ooilam
zulk
een
misbruik
niettemin
van
mogendheid beschikt heeft
een
rund heeft kunnen
werktuiging
mensch,
eenig
nooit
souverein
niettemin door
nimmer
zulk
dat
waarheid
hoeder naar of zijn
of
over
hieruit,
absoluut in
nooit
geweld,
en
volkeren
exorbitant
uitgeoefend,
dat
alzoo
de
vorsten, die zich des-
recht hebben aangematigd, dit niet dan
van
van hun
zulk
En
zijn.
dit
recht nooit
met verwoesting van de
hebben
gedaan.
Dat de
tegen
recht,
geestelijke be-
vaders,
die des-
over vrouw en kroost en dienstpersoneel
hebben
kunnen
doen,
dan
te
spijt
3
van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's