De engelen Gods - pagina 189
MICHAËL.
Satan
overgaf.
heeft,
18J
gelijk Hebr. 2
:
14 het uitdrukt,
opvatten
-^het
geweld
»geweld" niet raoogt
des doods,'' een uitspraak waarbij ge het Avoord
den zin van brutale overmacht en geAveldpleging, maar
in
hem verleende macht. Er staat toch in het Grieksch hetzelfde woord, wat elders gebezigd wordt om de souve7'emiteit uit de drukken. Deze macht nu bezit Satan niet uit zich zelf. Dat kan niet, wijl ook hij creatuur is. Ook hij bezit die macht derhalve krachtens een ordinantie Gods. Iets wat we nu niet moet nemen
in den zin van eene
zoo hebben te verstaan, alsof
zeker Goddelijk decreet bepaald was:
bij
»Satan zal het zeggenschap over den dood hebben;" maar heel anders, t.
w. dat,
naar
Gods scheppingsordinantie, aan Satan
van
luid
als
creatuur zulk een beteekenis en hooge positie was gegeven, dat, viel hij
een ieder die voor
af,
vanzelf
onder
zijn
hem
daardoor
als gevallen creatuur koos,
macht kwam, en
tot in
den wortel
zijns levens,
door den dood en door het verderf van het graf, de schrikkelijke over-
macht van Satan zou moeten ervaren. Wij denken dat we door Satan te dienen alleen onze ziel onder zijn macht stellen. Maar zoo is het niet. We kunnen niet over onze ziel beschikken zonder tegelijk over onzen
heel
naar
persoon
ziel
en lichaam, te beschikken; en wie zijn
aan Satan overgeeft, verleent
ziel
ook over
hem dus daardoor
vanzelf een recht
we
zijn lichaam.; een recht dat Satan in ons sterven, en als
nog ons lijk komt opeischen. Daarom moet het lijk Dat nu Satan dit zijn recht ook op Mozes' lijk zou mogen doen gelden, vond Michaël ondenkbaar. Daarom twistte hij met Satan. Doch toen Satan op zijn recht stond, trad Michaël gestorven
zijn,
worden.
verteerd
terug.
Hij
dorst, niet uit
gebrek aan moed, en veelrain uit eerbied
voor Satan, maar eeniglijk uit eerbied voor Gods ordinatie, niet dooren gaf deswege de beslissing aan
tasten,
sing
uitviel
niet een
mand
blijkt
mensch, maar dat God zelf Mozes'
gevonden
ooit zijn graf
over.
heeft.
groeve der vertering heen,
Maar
slonden.
om
laten, dat
doen.
uw
Doch hoe
Hij
Hoe
lijk
ja,
:
die beslis-
6 zegt, dat
begroef, en dat nie-
God kan ons lichaam
staat in den staat der heerlijkheid doen
aardschen
tering
God
wel het duidelijkst uit wat Deut. 34
al heeft
uit dezen
overgaan door de
een wild dier ons geheel ver-
kan het ook zonder en buiten de groeve der ver10: »Gij zult niet toeslechts aan Psalm IG
Denk
:
heilige de verderving zie." dit
ook
zij,
onze slotsom kan ook
bij
Judas
vs.
9 geen
andere wezen, dan dat Michaël een creatuur, een geschapen engel was, die juist als creatuur ons ten voorbeeld Avordt gesteld, en als schepsel
het
waaruit 1
oordeel niet zelf aandorst,
dan
maar het aan God
overgaf.
Iets
vanzelf volgt, dat onder den Archangel of Aartsengel in
Thess. 4: 16 evenzoo een geschapen engel, en niet de Christus
te verstaan.
Immers
in
Judas
vs.
O wordt van Michaël
is
met zoovele
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's