Het Calvinisme - pagina 155
HET CALVINISME EN DE KUNST En nu nog zoeken de uitnemendste kunstrichting in wat
151
hun motief en hun nieuwe kunstschepping de
schilders
destijds als geheel
heeft. Natuurlijk moet ge daarbij niet vragen of al deze schilders persoonlijk van onberispelijke Calvinistische belijdenis waren. Ook in de schilderschool, die onder Romes invloed, aan de onze
wereld verbaasd
voorafging, waren de „bons Catholiques" vaak zeldzaam.
Zulk een
geestesinvloed werkt niet persoonlijk, maar drukt zijn stempel af op omgeving en samenleving, op de wereld van gewaarwordingen, van voorstellingen en gedachten, en het dat zulk een
is
uit dit
kunstschool geboren werd.
geheel van impressies
En zoo nu beschouwd
is
de tegenstelling met het verleden in de Nederlandsche Schilderschool onmiskenbaar. Het volk telde eertijds niet mee, mee telde alleen wie hoog boven het volksleven uitstak, de hooge wereld der kerk en de hooge wereld van ridders en vorsten. Maar sinds was het volk
mondig geworden, en
onder de auspiciën van het Calvinisme dat het als profetie van het democratisch leven der nieuwere tijden, het eerst deze mondigheid geproclameerd heeft. Het huisgezin hield op een annexe van de kerk te zijn, en trad in zijn zelfstandige beteekenis tevoorschijn. Onder den glans der algemeene genade bleek ook het buitenkerkelijke leven hooge belangrijkheid en alzijdig kunstmotief te bezitten. Na eeuwenlang onder den druk van het hoogere te hebben weggescholen, kwam het gewone menschenleven het
is
in al zijn nuchtere werkelijkheid, als een nieuwe wereld uit zijn schuilhoek tevoorschijn. Het werd één breede emancipatie van ons gewone aardsche leven, en de vrijheidszin die hiermee het hart der volken veroverde, had er lust in te genieten van zijn eertijds zoo
blindelings verwaarloosden schat.
Zelfs
Taine
^)
heeft dezen zegen
die van den Calvinistischen vrijheidszin naar het kunstgebied uitging
Carrière-) die zelf evenmin Calvinist was, roept het hoe alleen het Calvinisme in staat was, om voor de vrije schoonheid den akker om te ploegen, waarop ze bloeien zou. Zelfs is meer dan ééns opgemerkt hoe de rijke gedachte eener Uitverkiezing uit louter genade er het hare toe bijdroeg, om het oog van den kunstenaar voor de belangwekkende beteekenis van het
geroemd, en luide
uit,
Zag God niet aan wat voor dan geen vingerwijzing voor den het gewone en het alledaagsche te bespieden, onder
kleine en schijnbaar nietige te ontsluiten.
oogen
is,
maar het
kunstenaar,
om
hart, lag hierin
l' art dans les Pays Bas. p, 148 Die Kunst in Zusammenhang mit der Culturentwickelung. IV.
')
Taine, Philosophie de
II.
2)
p, 308.
Carrière,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's