Het Calvinisme - pagina 119
HET CALVINISME EN DE WETENSCHAP
men
115
wetenswaardige reeds wist, en vast en goed wist, maakte men zich van verre geen denkbeeld van de ontzaglijke taak, die voor de pas opkomende wetenschap was weggelegd, noch van de „strugglefor life", die bij het volvoeren van die taak onmisbaar richtsnoer zou zijn. Men zag in het eerste der wetenschap geen dageraad, die het opgaan der zon aan de kimmen verkondigde, maar vonken van een smeulend vuur, dat de wereld in brand dreigde te zetten, en achtte zich tot het dooven vende, dat
van dat vuur,
al
weetbare en
het
tot het
blusschen van dien brand, waar
hij
uitsloeg,
gerechtigd en verplicht. Een standpunt, dat we, teruglevend in die
dagen, ook
al
keuren
we
het principieel
af,
begrijpen kunnen, maar
de opkomende had heel de wetenschap in de wieg zou hebben gesmoord. Welnu, dat noodlottig standpunt is het eerst, en met doortastend gevolg, door het Calvinisme prijs gegeven; eerst theoretisch door zijn ontdekking van de levenssfeer der algemeene genade, en straks in de practijk, door een veilige haven te bieden aan wie elders door storm beloopen werd. wereld
dat,
toch
verstond
Al
het
het
blijven
Calvinisme,
innemen,
gelijk
dit
volstrekt niet aanstonds de volle consequentie al
liet
zijn
men
steeds het geval
van
zijn beginsel,
is,
en
aanvankelijk den plicht tot uitroeiing der dwaling nog in
wetboek
staan, toch lag in het beginsel, dat de
Kerk zich terug
had te trekken op het terrein der particuliere genade, en dat daarnaast het breede, vrije terrein der gemeene gratie lag, de onverwinlijke tot de vrijheid van het woord leiden moest Gevolg was dan ook dat de crimineele bedreiging al meer een doode letter bleef, en dat, om slechts dit ééne voorbeeld te noemen. Des Cartes, die uit het Roomsche Frankrijk wijken moest, in het Calvinistische Nederland wetenschappelijk bestrijding van Voetius, maar in den burgerstaat een veilige schuilplaats vond. Nog dit voeg ik er aan toe. Om de wetenschap te doen opbloeien moest er vraag naar wetenschap uit den drang van het leven opkomen, en hiertoe moest de volksgeest zelf worden vrijgemaakt. Zoolang nu de Kerk met haar velum heel het schouwspel des openbaren levens overspande, moest wel de onvrijheid aanhouden, wijl den hemel te
idee uitgesproken, die
en geleid
heeft.
mee saamging, de aarde te genieten, Met sympathie, met zoekende liefde zich op den kosmos te werpen, was op dat standpunt ondenkbaar. Aller zoekende liefde ging naar het eeuwige leven uit, en wat niet verstaan werd is, dat de Christenheid, ook afgezien van de eeuwige zaligheid, hier
verdienen, en voorzoover dit er
levensdoel bleef.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's