Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 46

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 46

meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren

2 minuten leestijd

„KUNT

38

GIJ XIET

ÉÊX UUR MET MIJ WAKEïf ?"

En

zoo gaat, vooral over Gethsémané, het licht op. wildet, dat Jezus al het menschelijke aan den ingang van den hof had afgelegd, en als Zone Grods in zijn heldenmajesteit geschitterd had, maar wat moest geschieden, was juist omgekeerd, dat hij nauwer dan ooit, juist bij het ingaan van den hof, die menschelijke natuur naar zich toetrok, en, als we ons zoo mogen uitdrukken, zoover het maar kon zijn Grodzijn, zijn Groddelijke natuur, zijn eeuwig Zoonschap, achter die menschelijke natuur liet schuilgaan. Het moest ten slotte komen tot „een geheel van God zich verlaten gevoelen," om juist daardoor de aansluiting aan onze menschelijke natuur, aan onze schuld en onze zonde volkomen te Grij

doen worden. En daarom sterft hij, niet als de martelaar, en niet als de held, die zich boven het menschelijke verheft, maar als „het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt". Als het Lam, van den held, van den martelaar juist het

tegenbeeld.

Verzonken, en nog dieper dan ooit in onze menschelijke natuur hij de worsteling tegen met den klaren vloek en den ongetemperden dood, en werpt hij zich in de armen der volkomen vernieling waarmee Satan op die menschelijke natuur aanvalt. Zooals Satan den rampzalige in den eeuwigen dood aangrijpt, zoo greep hij Jezus aan, niet als Zoon van Grod, maar als Zoon des menschen. Sterker nog. De macht van vloek en dood, die Satan anders over duizenden rampzaligen verdeelt, die trok hij als in één bundel, centraal, op Jezus saam, en daaronder poogde verzinkend, gaat

hij

Jezus te verpletten.

En daartegen nu kon en mocht uw Jezus niet anders worstelen dan door den tusschenschakel van zijn menschelijke natmir. Dat menschelijke mocht geen oogenblik weg. Dat menschelijke moest er midden tusschen in blijven. Dat menschelijke moest in zijn volle openbaring uitkomen. En dat is het „ Yader, of deze drinkbeker mocht voorbij gaan !" En daarom moet een engel hem komen sterken. Zooals het fijnste menschelijk gevoel het voelen zou, zoo moest uw Jezus het gevoelen. Al wat in de menschelijke natuur aan angst en siddering kan opkomen, moest door zijn hart gaan. Niets, niets van dat menschelijke kon, of mocht, hem gespaard worden. Geen druppel uit den beker van het menschelij k-angstige mocht hem verschoond worden. :

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 46

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's