Het Calvinisme - pagina 62
HET CALVINISME EN DE RELIGIE
58
schouwen, diep ook buiten de kerk in de wereld gevestigd worde. En daarbij komt dan in de laatste plaats de Dienst der Barmhartigheid in het alleen door Calvijn begrepen en in eere herstelde Diaconaat. Dat kent noch Rome, noch de Grieksche, noch de Luthersche, noch de Episcopale kerk. Uitsluitend het Calvinisme heeft het Diaconaat, als onmisbaar bestanddeel van het kerkelijk leven, weer in eere gebracht. Doch ook in dit Diaconaat gaat het hoog beginsel door dat het niet u, die aalmoezen uitreikt, maar alleen Hem, die de harten tot weldadigheid beweegt, in zijn kerk verheerlijken zal De Diakenen zijn niet uw Dienaren, maar Dienaren Christi. Wat gij hun toevertrouwt, wordt door u als rentmeester van zijn goed aan Christus teruggegeven, en in zijn naam als zijn goed aan de armen van Christus uitgereikt. Een arme, die zijn Diaken, of den gever alleen dankzegt, verloochent den Christus, die zelf in het Diaconaat de goddelijke gever is, en die het aan zijn armen toonen wil, dat hij niet enkel voor de ziel, maar ook voor de nooden des lichaams, d.i. voor den geheelen mensch en voor geheel het leven, de Christus Consolator is, de Redder door God in zijn gemeente besteld. Alzoo past dan in het Calvinisme de grondgedachte der Kerk volkomen op de grondgedachte der Religie. Alle egoisme en eudaemonisme blijft in beide ten einde toe uitgebannen. Het is vóór als na een Religie en een Kerk om Gods wille, en niet ter wille van den mensch. Uit God is de oorsprong der Kerk, door God ontvangt ze haar verschijningsvorm, en in het: tot God, ligt van den aanvang tot het einde toe haar doel.
—
De
vrucht
der
Religie
voor
de
Levenspractijk,
of wilt ge, het
standpunt door het Calvinisme in het moreele vraagstuk ingenomen, is
het
derde
Calvinisme
en
En dan
of
laatste
hoofddeel,
waarmee deze
lezing over het
de Religie vanzelf den haar gestelden eindpaal be-
wel het eerste, dat ons hier boeit de schijnbare een Belijdenis, die naar men beweert den zedelijken prikkel geheel afstompt, en een practijk in het leven, die in zedelijken ernst boven de practijk van alle andere religiën uitging. De Antinomiaan en de Puritein, als onkruid en vette tarwe reikt.
is
tegenspraak tusschen
op dezen akker dooreengemengd, maar zoo, dat het aanvankelijk allen schijn heeft, als werd de Antinomiaan logisch uit de Be-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's