De engelen Gods - pagina 195
ENGEL DES HEEREX.
J)K
nog stervende verhaalt hoe »cle Engel Gods hem verlost kwaad," en jirofeteert dat diezelfde Engel Gods ook
Jozefs zonen
van
heeft
191
alle
Jozefs zonen zal zegenen.
In de tweede jaeriode van Israëls geschiedenis, die Mozes tot middel-
punt
herhalen zich deze feiten.
heeft,
Bij
den braambosch verscheen
wederom diezelfde »Engel des Heeren", en het is deze Engel, die straks tot Mozes zegt: »lk zal zijn, die Ik zijn zal", dit is mijn naam eeuwigljik. Bij den doortocht door de Roode Zee verschijnt diezelfde »Engel Gods", om voor Israël uit te trekken; hij wisselt straks af met de Vuurkolom, en die uit die Vuurkolom spreekt is weer Jehova zelf. In Exod. 23 20 schrijdt deze openbaring zelfs nog verder voort, en wijst de Heere met :
nadruk en omstandiglijk op het nauw verband dat tusschen dien »Engel" en zich zelven bestond. Daar toch lezen we: »Zie, Ik zende den Engel voor
UAv aangezicht,
zult.
Hoedt u voor
om
u te belioeden op dezen weg, dien
hem niet, want Naam, gelijk onze
en verbittert
nu de Gods in zijn dezen Engel
Is
»Indien
Naam
is
in het binnenste van hem.''
en zoo verstaat ge dan ook dat er in vs. 22
zijner
gij
viijn
lezers zich herinneren zullen, het
Wezen
dan wordt hier uitgesproken, dat God zelf in
openbaring., is;
gaan
gij
aangezicht, en weest zijner stem gehoorzaam,
zijn
stem gehoorzaam
zijt,
en doet
Ik u gebiede, zoo zal Ik uwer vijanden vijand
wat
al
zijn.
ojd
volgt:
(niet hij)
maar
In verband hier-
bij Bochim, onder Gideon, en bij Manoach telkens wonderbaren Persoon optreden, en telken male grijpt ook dienzelfden hier die zeer sterke en duidelijke verwisseling plaats van den Engel
mede
zien
we dan ook
met God zelven. Bij Bochim heet het in Richt. 2 1 v.v. »En de Engel des Heeren kwam, en Hij zeide: »lk heb ulieden uit Egypte uitgevoerd, en Ik zal mijn verbond met u niet verbreken in eeuioujlieid.'' Met opzicht tot Gideon luidt het verhaal in Riöhteren 6:11 v.v.: »Toen kwam de Engel des Heeren tot Gideon en zette zich onder den :
dan volgt er
eik", en
in
vs.
14: y>Toen lieerde zich de I/eer e iot
üaarna heet de sprekende Persoon des Heeren"; en toch straks lezen zeide tot Avat
hem:
» Vrede
zij
:
u,
in vs.
we
vrees
Hem.
""
20 en 21 weer »de Engel
in vs.
28.
niet, gij
weer
:
»En
de Heere
zult niet sterven."
En
het verhaal omtrent Manoach, den vader van Sirason, aangaat, zoo
3
— 21,
Engel des Heeren verscliijnt"; daarna dat Manoachs vrouw hem voor een vreemden »man" aanziet; voorts dat hij als zijn naam te kennen geeft dat hij » Wonderlijk" heet; en eindelijk dat Manoach uitroept: » Wij zullen waarlijk
lezen
we
in
Richt.
sterven, omdat wij
Voorts
boeken
is
over
er,
13
God
:
eerst dat »de
gezien hebben' (vs. 22).
zoo in de boeken van Mozes, als
het
later
tijdperk
wel
nog
in
de geschiedkundige
gedurig
sprake
van, dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's