De engelen Gods - pagina 98
DIENENDE GEESTEN.
94
en het schepsel. Het wezensbestaan van den Schepper
met Geest
vergelijking vatbaar
voor
niets
en al
;
is
en dat de engelen geesten zijn, toch
is,
woord geest hier tweemaal
gezien, dat het ééne
zin gebezigd wordt. Als er van is,
wordt
de
engelen
bedoeld
de
nu eenmaal
is
het zoo, dat
God een
mag nimmer
voorbij-
in zeer onderscheiden
God gezegd wordt,
dat Hij een Geest
ongeschapen Geest, terwijl hetzelfde
gebezigd,
woord van
op geschapen geesten. Zeer terecht heeft
doelt
de kerk, en hebben op haar voetspoor de Gereformeerde godgeleerden
van
alle
was
in
voor
(want
meeste
nog
er
ook
b. v.
stukken,
een
godgeleerde als Augustinus
het ook niet in
zij
alle.
Gereformeerd
Gereformeerden waren) er zulk een nadruk op gelegd,
engelen
de
dat
eeuwen de
geesten
geschapen
zijn.
Dat spreekt
vanzelf, zult ge
zeggen, en dat doet het ook, maar hier ziet ge dan toch van hoeveel
belang
het
stellen
en
door
vatten
met zekeren
feit
vanzelf
nadruk
op den voorgrond
te
uit
het oog te verliezen, dat juist hier-
tusschen
God als een Geest en de engelen De neiging om dit anders op te
oogenblik
vergelijking
alle
geesten
als
dit
is,
geen
wegvalt.
dan ook van het begin der Christelijke kerk af telkens weer
is
boven gekomen. Het Pantheïsme, dat van meet af het fundament der kerk poogde een
te
onderwoelen, neigde er steeds
tusschenwezens
soort
overgang,
als
zoo
Ave
tusschen
mogen
ons
toe,
het
als een realiseering zijner heilige
gansch
zelfs
is
voor
een
ontstaan
te
danken
deel
heeft.
aan
Wat
te
zien
;
een
als uitvloeisels
van
krachten en mogendheden, en
onwaarschijnlijk,
niet
gering
niet
in de engelen
uitdrukken, tusschen den Onge-
schapene en het geschapene. Ze golden dan meer
God,
om
God en mensch
dat
het
Veelgodendom
engelen- of geestenvereeniging zijn
thans velen leeraren, dat het Veelgo-
dendom met het Animisme begonnen is, komt eigenlijk op hetzelfde neer. Onder Animisme toch verstaat men dan niets anders dan de vereeriug en aanbidding van allerlei geheimzinnige geesten, die, hetzij in
goeden,
hetzij
in
kwaden
zin,
ons menschelijk leven beheerschen.
kan men zeggen, dat eenerzijds de valsche voorstelling, alsof de engelen boven de menschen staan, zoodat het 's menschen ideaal zou
Zelfs
zijn,
om
zich te verengelen, en anderzijds de poging,
te eterniseeren, in
om
de engelen
den grond uit hetzelfde wanbegrip voorkomt.
Met klem en nadruk hielden daarom, ter afsnijding van al zulk ongevoeg de zuiverder godgeleerden steeds vast aan de waarheid, ons in Psalm 104 4 geleerd, dat God de engelen gemaakt, d.i. geschapen :
heeft.
»Die
zijn
engelen gemaakt heeft tot geesten en zijn dienaren of
zendboden tot een vlammend vuur." van
Psalm
104
:
4 anders pogen
te
Want
wel heeft
men
de woorden
duiden, en gezegd dat hier van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's