Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De engelen Gods - pagina 130

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De engelen Gods - pagina 130

2 minuten leestijd

ÜK KEXXISSE DER ENGELEN.

126

heeft

Hi]

terwijl

ons

ingeschajien

Maar

in

zich-

kennis bezitten, dan zulk eene die

ingeprent óf meegedeeld en geopenbaard

en

is.

er ligt dan toch in uitgesproken, dat èn in het Paradijs èn in

der

Rijk

het

andere

nooit

wij

zelven,

óf

van niemand ontvangen, Hij bezit ze

kennis

die

ook

heerlijkheid,

onze kennis van de schepping, niet

enkel een verworvene, maar ook een ingeschapene, was en zijn zal. Iets hiervan geldt zelfs reeds nu, in deze bedeeling. Ge vergist u toch, als ge waant, dat ge van een

uw waarneming. Wat

door

ge

bij

leeuw

b.v. alleen

kennis verkrijgt

het zien van een leeuw waarneemt

beweging en geluid. Maar hoe kon nu ooit kleur, vorm, beweging en geluid u tot deze verschijning een leeuw was, indien dat de bevatting brengen, het beeld van een leeuw u niet in uw bewustzijn was ingeschapen ? vorm,

kleur,

haar,

is

waarneming van

deze

maar

Alleen

haar,

beeld

dit

in

blijft

uw

bewustzijn schuilen, tot

tijd

ge een leeuw in afbeelding of in de werkelijkheid voor u

wijle

en

ziet.

Dan herkent ge, wat ge reeds verborgen in u droegt. Het opgevangen beeld past op het in u schuilend beeld, en zoo eerst weet ge dat dit een leeuw is. Zelfs aan de dieren heeft God zulk een kennis ingeschapen. De duif, al heeft ze nooit een sperwer gezien, herkent

hem

en

terstond

arend

ziet

waar het hart

De gems,

vlucht.

speurt

vliegen, in

terstond

prooi

zijn

die

voor het eerst een gier of

onraad.

schuilt,

Zelf weet het roofdier

en weet het klauw of snavel

terstond op die doodelijke plek in het vleesch te stooten.

zegt het dier kent

zyn

kent

zoo kan

zijn vijand,

prooi,

niet

En

al is

door

men ook

Gelijk

men

zeggen, het roofdier

waarneming noch door ervaring, maar

nu onze door de zonde verzwakte menschelijke kan het niet anders, of het beeld der diereu, en zoo ook het beeld der natuur en van onze medemenschen moet ons door God zijn ingeschapen. Onze geest is volstrekt geen wit blad papier, waarop eerst door waarneming de beelden weteekend worden, maar in ons schuilt een beeldenboek, waarvan de onmiddellijk.

niet zoo onmiddellijk, toch

kennis,

juiste

bladzij

pas

Mordt

o^jgeslageu,

als

de

waarneming ons het

gelijke beeld toont.

Staat het nu alzoo

dat

ook de kennis

met der

dier en mensch, dan

heerlijkheid zal

maar kennis wij

al

beider

zal

der

's

hier uit afgeleid,

engelen hun op gelijke wijze, maar in veel

volkomener mate, door God der

mag

is

ingeprent en ingeschapen.

In het rijk

menschen kennis boven die der engelen uitgaan

kennis

;

dan verschillen in graad, toch moet de

engelen nu reeds overeenkomen, niet met de kennis, die

gaandeweg

in deze aardsche bedeeling opdoen,

die onder de gezaligden ons deel zal zijn.

Is

uu

maar met de keunis die kennis door de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's

De engelen Gods - pagina 130

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's