De engelen Gods - pagina 144
CHERUBTJNEX EN SEEAFS.
140
schijnen, terwijl, ter onderscheiding, alleen van de Cherubijnen en Serafijnen verraekl staat, dat ze zich
met vleugelen het aangezicht dekken
of ook op vleugelen vlogen.
Dit
de vleugelen der Cherubijnen en Serafijnen enkel in zekere
ook
dat
hun wezen
voorstelling van
toogd
men
herinnere
Hierbij
wat vroeger
zich,
Worden
hebben.
God aan onze verbeelding
bestaan, die
in
o?; lichamelijk
dat de engelen
werd,
bestaan
Er moet toch aan toegevoegd,
echter niet genoeg gezegd.
is
den breede door ons been een bloot
zijn
nu desniettemin
ze
gaf.
geestelijk
met
in een visioen als
lichaam voorziene wezens voorgesteld, en worden aan dat onderstelde lichaam vleugelen gehecht, dan is dit alles louter teekening een
Omdat
voor onze verbeelding.
wij,
menschen, die
als ziel
en lichaam
ons niets o^lichamelijks voorstellen kunnen, en ons van een
bestaan,
louter geestelijk wezen geen denkbeeld
den
Heere
een
waarneembare
kunnen vormen, heeft het God
zulke visioenen deze
in al
beliefd,
aan ons voor
gestalte
geestelijke
wezens onder Niet omdat ze
te stellen.
werkelijk in zulk een waarneembare gestalte bestaan, maar omdat ons
een
louter
de
wezen
geestelijk
trilogie
men
wil
of,
niet
de
stellen als een kruis en een
kan getoond worden.
trits,
we ons
van Geloof, Hoop en Liefde voor-
anker en een brandend hart,
goed, dat dit slechts zinnebeeldige figuren
zeer
Gelijk
al
weten we
zoo ook worden
zijn,
de Cherubijnen en Serafijnen ons als gevleugelde wezens voorgeteekend,
we
weten
al
opperbest, dat ze én van een lichaam én dus ook van
Ge moet u dus nimmer inbeelden, dat er in den hemel zekere wezens met gevleugelde lichamen, met een arendsVan dat alles is kop, een leeuwenkop, een stierenkop enz. bestaan. in de werkelijkheid niets hoegenaamd te vinden, en al zulke voorverstoken
vleugelen
wezen voor ons aan
om
de aanwezigheid van een louter
Als er van het Paradijs ge-
te duiden.
wordt, dat God Cherubijnen stelde
zegd
bewaken,
te
uitsluitend,
strekken
stellino-en qeestelijk
zijn.
en
daarbij
als
om
den ingang van den hof
melding geschiedt van het lemmer eens
zwaards, moet ge het u niet voorstellen, alsof Adam dien Cherub als een crevleuo-eld wezen met een zwaard in de hand gezien heeft, maar
dan
dient ook hier deze voorstelling alleen,
van
zulk een machtig, door
wezen, voelbaar
Toch stelling
leide
men
van
deze
verbeelding,
de
en
Heere in
te
zulk
voor
God daar
om
besteld,
ons de aanwezigheid
maar
louter geestelijk
maken.
hieruit geenszins af, dat de breedgeteekende voor-
Cherubijnen u
geen
en Serafijnen, als voorwerp voor
waarde
zou
ons
deze
machtige
wezens
een
beeld
voorstelt,
dan
is
Als
bezitten.
onder er
zulk
altoos
toch een
uw
God vorm
een reden aan-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's