De overheid - pagina 165
§
We
hebben dus het
we
dat
nooit het e c
Met één voorbeeld drang en besef van
op God overbrengt,
God
liefheeft.
heeft
stelt
van
zelfliefde
dit
streng vol te houden,
opleggen.
voelbaar maken. Ectypisch
Wanneer men nu dat ectypische men, want men gevoelt eenvoudig,
leeft
in
ons een
begrip van liefde
stuit
dat
God zoo niet De Heere
Zich zelf als de groote egoïst (Spreuken 16:4.)
om
zijns zelfs wil
:
ook den goddelooze
ja
nu een mensch het standpunt van
Wil
kwaads.
we
zullen
God zoo God
in
h e als maatstaf aan
s c
i
147
liefde.
gewrocht
alles
des
het souverein gezag.
archetypische yp
t
Van
5.
innemen, wat
God doen mag, omdat
dit
Hij
tot
den dag
archetypisch begrip
God
dan vervalsch*
is,
Zoo zijn ook de praatjes men het ectypische begrip va liefde op God heeft overgeplant. Onderscheidt men evenwel een archetypisch en een ectypisch begrip van liefde, dan vervalt alle strijd. Ditzelfde geldt ook daardoor
hij
begrip van liefde.
ectypisch
het
bloedtheologie alleen daardoor ontstaan, doordat
de vrijmachtige souvereiniteit Gods.
bij
de souvereiniteit, die
Bij
II.
God
scheiden tusschen verschillende Voorts
we
merken
we
neer
14
Jes.
die sfeer, waarin wij
dat
op,
konings spreken, veel enger
is te
uit
in
God.
Wan-
zich daar een krasse en scherpe
van souvereiniteit, een souvereiniteit, die hier uitgesproken wordt, zin
onder-
van de souvereiniteit eens
dan het begrip van souvereiniteit
is
24 opslaan, dan
:
uitoefent,
sferen van souvereiniteit.
niet in
daad den
van wat wij oorspronkelijk regiment van den vorst noemen, maar eene souover de geschiedenis, over de ontwikkeling van den loop
vereiniteit, die gaat
Wat ook de menschen
en de lotgevallen der natiën. besluiten
stroom
en
bepalen,
en
ruische
wat
er
het
bruise,
ook woele en
in
eene natie overdenken,
giste en
hoe ook de volkeren-
eindresultaat zal
beantwoorden aan wat God
gedacht, beraadslaagd en bepaald heeft. In
der
Dan. 4
:
34,
35 staat eene betuiging van Nebukadnezar, buiten het leven
genade omgaande, die ons de souvereiniteit Gods
spraak voorlegt. vereiniteit in.
In
de laatste
„Wat doet
Gij ?"
hoogere wet onderworpen In Spreuk.
16
:
1
—4
woorden
zit
in
een imposante
het volle en rijke begrip
uit-
van sou-
kan men alleen zeggen aan iemand, die aan een
is.
ligt
dezelfde fundeering.
Hier
is
sprake van souvereiniteit
met terugblik op de existentie en den loop der dingen, en
niet
van uitwendig
opgelegd gezag van regiment van koningen of vorsten. Cap.
In
hier
21
:
1
hetzelfde.
Al wordt er van een' koning gesproken, toch
geen sprake van regiment, maar van de almachtige en
souvereiniteit Gods, die alles beheerscht en in Zijne Jer.
10
:
23.
Hier, dat
de
alles
alles
is
doordringende
hand houdt.
doordringende souvereiniteit Gods volstrekt
geen betrekking heeft op de uitoefening van souvereiniteit op aarde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's