De engelen Gods - pagina 148
144
CHERUBIJNEN EN SERAFS.
maar aan de Cherubijnen van den Tabernakel en in den Tempel, en wordt uitgesj)roken, dat aldaar in het Heilige der heiligen zijn heilige tegenwoordigheid
tusschen
Cherubijnen
de
openbaar
nu deze Cherubijnen in den Tabernakel?
doen
zoening?
De
Geenszins.
wordt.
Wat
Bedienen ze de ver-
arke des Verbonds stond daar, met de
Wet
er in, en het Verzoendeksel er over, en de persoon die de verzoening
bediende was niet de Cherub, maar Aaron als voorbeeld van Christus.
Neen,
doen niets dan breed hun vleugelen over dit ware het over heel deze heilige plaats, waar
Cherubijnen
de
Verzoendeksel,
en
als
uitspreiden. Ze doen dit met majesteit, want in Tempel waren de Cherubijnenbeelden niet minder dan tien Kolossale figuellen hoog en hun vleugelen waren vijf ellen lang. die zich hoog als een boom boven de arke des verbonds ren alzoo, verhieven, en als een breed dak van vederen hoog over die Arke welfden. Een gewelfd dak daardoor te volkomener aangeduid, dat de vleugel van den éénen Cherub aan dien des anderen raakten. Fei-
Aaron
binnentrad,
Salomo's
verzinnebeeldden deze Cherubijnenbeelden dus niet anders, dan
telijk
God
dat
de Heere zijn heiligheid voor alle besmetting bewaarde, door
waarop het bloed wordt gespet, zich door de breede vleugelen zijner Cherubs af te scheiden. Door zijn CJierubijnen isoleert God Almachtig zijn heilige tegenwoordigheid van van
zelfs
wat
het
Verzoendeksel,
zelfs in het
Verzoendeksel aan de zonde en de onheiligheid her-
Hij de Heere verbergt zich zelfs in het Heilige der heiligen
innert.
nog achter de vleugelen van tusschen
uitdrukking:
de
In
tweeërlei
toos tot
zijn heiligheid
zijn
volk
zijn
Cheru))ijnen, o];dat de afscheiding
en al het zondige volstrekt en volkomen
zij.
woont" ligt dus Verbondsgod,
die
»die tusschen de Cherubiui
uitgedrukt
:
ten
eerste.
Hij
die
is
Israël inkeerde; en ten tweede. Hij is die
helliije
al-
God,
die zelfs van zijn volk Israël zich door zijn Cherubijnen afscheidt.
Gelijk
nu de Cherubijnen tusschen God en Adam
in het Paradijs,
en tusschen God en Israël in den Tabernakel staan, zoo zweven dezelfde Cherubijnen tusschen God en deze aarde. Ook die wereld zelve toch is
zondig.
Waar
De
te dalen,
Psalm
18,
onheilig geworden. tot de aarde neder
om
het onheilige dezer
daar treden dezelfde Cherubijnen op,
aarde van het heilige een
is
God gezegd wordt
aarde zelve draagt den vloek en
dus, gelijk in
af- te
Avenden.
Het heet
daar, dat
God
voer op
Cherub^ en dat donkerheid in het uitspansel, als teeken van zijn
Een voorstelling die we terug waar God de Heere tot zijn volk en tot den geestelijken tempel weerkeert, maar, evenals in Psalm 18 11 rijdende op een Cherub, of, gelijk het in Ezechiël ook heet, varende op Cherubs
heiligen toorn, onder zijn voeten was. zien keeren bij Ezechiël,
:
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's