"Ons program" - pagina 285
269
HYGIËNE.
handhaven van ónze eer door de overheid aandrongen, en van God Almachtig zwegen, dan
vs^as
dit
voorgoed
punt
is
dit
van de overheid eens
slechts, wijl in het hoofdstuk
en er op ons standpunt tusschen Gods
afgehandeld,
eere en onze eerbaarheid op publiek terrein zoo weinig
dat
wat op markten en straten en pleinen óns eeren kan,
integendeel
anders
nooit
Gods naam
Op
dan een afgeleide waardigheid, die aan het eeren van
is
ontleend.
is
stuk
het
kan ontstaan,
strijd
der
waar we thans aan toe
„hygiène",
dat echter
zijn, is
anders.
Hier toch
maar
denkbaar,
slechts
niet
conflict
zelfs
is
reeds voorge-
komen.
Denk
aan den
slechts
bedenken van sommige magistraten zonder
schandelijk
van de hygiène, aan
het
weer
in
ergerlijk
onbruik
in
over de koepok -inenting. Alsmede aan het
strijd
van epidemieën de kerken
tijden
pogen,
om
en
heidensche
de
bij
hart,
om,
te sluiten.
ter wille
Denk ook
een Christennatie de begrafenis der lijken
lijkverbranding weer
in
zwang
te
brengen. Hier
is
het dus wel terdege broodnoodig, dat
uitgangspunt uiterst omzichtig hstische
vooral
artsen,
zij,
men
van
in het kiezen
zijn
en aan de eischen onzer, vaak materia-
een stroospier meer toegeve, dan hun strikt
nooit
genomen toekomt. Onder hygiène toch
verstaan
niet alleen de publieke terreinen,
velen
een
zorge voor de gezondheid, die
maar ook onze lichamen
tot het privatieve
jachtveld van onze geneeskundige raden maakt; en wijl nu dat lichaam op geestelijk
wezen saam-
wezen deze heeren hygiènisten
zich voor het
onverklaarbare en gansch wonderlijke wijs
hangt;
om
meerendeel van
ons
geraken;
welk
geestelijk
physisch met en
met ons
zeer weinig bekreunen; spreekt het vanzelf, dat de eischen
al
er
materialistische
alsdan conclusie,
van ons psychisch leven
die
met
hand
en
tand
dient
alsof in elk dezer gevallen
in
strijd
geijverd „lijf
kunnen
tegen
de
steeds vóór ziel
moest gaan!" § 196.
Calvinisme.
Tweeerlei of krankheid
sta
daarom
bij
hygiène op den voorgrond:
de
makers Jezu
Christi
de diepste kern van het geloof
zij
dat ziekte
daarom nog
lijf
en
ziel
mijns Zalig-
eigen", de zorge voor den lichamelijkeu welstand tot
Het eerste spreekt voor zich gaat,
lo.
ons niet bijgeval, maar van Gods vaderlijke hand toekomen;
en 2o. dat op Gereformeerd terrein, door het „met
in
i..^
'^-^
is
zelf.
kortelijk
ingeweven. Alleen voor wat het tweede punt aan-
opgemerkt,
dat „zindelijkheid" de moeder
>
'i
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's