Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 217

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 217

meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren

2 minuten leestijd

:

XLIV. „q5ö legt mij in Ijct ^tof be^ taob^!"

Mijne kracht is verdroogd als eene potscherf en mijne tong kleeft aan mijn gehemelte; en Gij iegt mij in het stof des doods.

Psalm 22

:

16.

nog geen mensch bestond, lag er op deze aarde En van die stof greep Gods almogendheid een handvolle en nog een handvolle, en vormde er een menschelijke gestalte, met been en spier, met bloed en zenuw uit. Altegader Eens,

ziellooze

toen

er

doode

stof.

kracht, schoonheid, die Hij in die doode stof inschiep. toen dit menschelijk lichaam gereed lag, schiep diezelfde (lod er de ziel in, waarop het lichaam was aangelegd. En zoo verrees die door Gods almacht wonderkunstig bewerkte stof klomp, en wat daar in het Paradijs stond, en voor het eerst omzag en waarnani en luisterde was de door God geschapen mensch. Zoo was die mensch niets dan stof, met bijvoeging van de wijsheid en de almacht Gods, die scheppend op die stof gewijsheid,

En

werkt had. Zoolang diezelfde almacht hem in dat stof behield,

bleef

hij

dus.

als

mensch hield en

God hem los, of ging hij van dan anders van hem dan nogmaals stof ?

Maar

liet

God af, wat wierd er En daarom, toen de mensch in zijn hoovaardij dat aandorst, en den band met zijn God afsneed, toen kwam de vloek ook zijn

Stof

zijt

genomen en

ge

en

tot

stof zult ge wederkeeren, dewijl ge daaruit

zijt!

Uit dien hoofde blijft het niet bij het uitblazen van den adem het geven van den jongsten snik. Xeen, de vernedering moet

U

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 217

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's