Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 176
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
168
„DIE VÜÜKBUaiNUEy LASTERDEN HEM."
èn men kan tegen ons woeden door ons zeer te doen in onze ziel, in ons karakter, in onzen innerlijken persoon. Nu, nam^ het lichaam hadden ze Jezus niets gespaard. Ze hadden
hem geduwd en gestompt, met hun zwadder bespogen, hem gesLigen op het hoofd, hem gegeeseld tot het bloed hem van den rug leekte, hem een kroon van doornen in het hoofd gedrukt, hem zelf zijn kruis van Gabbatha laten sleepen. En toen de vreeselijke kruisiging, dat slaan van de nagels door zijn handen, dat aldoor verzwakkend bloedverlies, tot eindelijk de kracht bezweek, en het sterven blijkbaar naderde. jMaar bloeddorst wordt door het zien van bloed niet gestild. De bloeddorst zelf heeft zijn dieperen oorsprong in het hart. En ten slotte is het de ziel van den booze, die rechtstreeks op de ziel van zijn slachtofter afgaat, en niet kan rusten eer ze aan een bitter wederwoord merkt, hoe ze haar slachtofter inwendig giftig getroften, en doodelijk geraakt heeft. Daarvoor doet dan geen pijl en geen stok en geen sabel, geen geeselkoord noch kruisbalk dienst. Neen, die bitterste woede koelt zich door het ivoord. Dan zint de kwelgeest op het snijdendste woord, dat het diepst
kan indringen, en het pijnlijkst kan wonden. En dat woord wordt dan uitgestooten op een toon, waarin de haat der verachting aan haar wreedheid botviert. En oog, en gelaatstrek, en gebaar verzeilen het giftige woord, als om het tot in het hart van den lijder thuis te brengen, en te genieten in de wonde die het aan dat hart toebrengt. Diit is het wat ligt in die u ergerende mededeeling van den Evangelist, dat zij die roorhijr/inrjen Jezus lasterden. Een laatste uitgieting der kwaadaardigheid. Een laatste poging om Jezus, eer hij stierf, nog dieper dan met geeselkoord of kroondoorn, te Avonden in de gevoeligste plek van zijn hart.
Dat wonden met het troord heeft hier zoo geheel eenige beteekenis. De giftig geworden mensch Ivan wonden met het woord, omdat hem, geheel eenig, boven alle andere creaturen, de r/are van woord schonk. De storm loeit, de leeuw brult, de slang sist, en reeds die hoor-
Grod het
bare uitingen kunnen u met angst vervullen, maar het is nog het woord niet. Met het woord wonden, kan de inensch alleen, hij, die naar het beeld van Grod geschapen is. Hij stoot niet maar geluiden uit, maar gedachten, en in die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's