Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De engelen Gods - pagina 110

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De engelen Gods - pagina 110

2 minuten leestijd

WEZEX EX PEnSOOXLfJKIIKTD.

lOG

Als

we toch

Heere

Jezus

rol enenj'ie.

van

den

dan staat er

lezen

van

»Verkwikldng met ons, in de openbaring hemel met de engelai zijner krafJit'\

:

den

het oorspronkelijk

in

:

awjeloi

(hjvarncós antoe d. w.

tês

zoo, dat de engelen van kracht verstoken wezens

uu

slechts

Het

die instrumenten zijn van goddelijke energie.

engelen

en

om

indalen,

dan,

het Gode

als

hun Mezen

door

als

zouden

zijn,

in wie

Goddelijke kracht zou

zijn

belieft,

z.

dus niet

is

door een geleidbuis heen

te

gaan.

Neen, de potentie, de energie, de kracht, is in hun wezen inwonende; wel altoos in afhankelijkheid van God, maar niettemin, evenals bij ons,

zóó

het

werk

hen klevende, dat ze w^erken

in

tweede oorzaak in

als een

Die kracht, die potentie, die energie die hun inge-

Gods.

kan ingehouden worden, en kan in werking worden gebracht. Ze kan werken op de natuur en op ons menschen, en in ons menschen op ons lichaam en op onzen geest. Maar op wat wijze schapen

is,

ook bedwongen of geoefend wordt, altoos

ze

staat deze kracht onder

de controle van den geest van den engel, die haar inhoudt of uitoefent,

naar gelang het woord zijns Gods tot

al

Uit dien hoofde

hem

uitgaat.

het dan ook niet aan twijfel onderhevig, of aan

is

do engelen moet persoonlijkheid worden toegekend. Reeds het

enkele

met name genoemd worden,

engelen

spreken

van een

ze

bewijst dit.

En

feit,

dat

ook, als

evenals wij menschen dit doen.

ze

spreken,

De

engel voor Avien Johaunes op Pathmos in het visioen wil neerknielen,

roept

hem

toe

voor

God

En

zelfs

wordt

Satan

Middelaar

geheel

Overwinnaar

de

aan

personen

als

ge dit niet doet, Avant

Gabriël zegt het Maria aan

Ook van hun kant spreken

sta."

engelen

de

dat

»Zie,

:

en

dienstknecht",

ik,

bejegend.

persoon

als

in

den

Den -Heere uwen God

verzoeking

de

bij

de heilige

Looft den Heere,

:

hem

strijd

toe,

»Ga

rekenschap

bezitten.

wat

van

en tegen wil.

En

hij

Een engel weet dat doet

;

wat

hij

mannen Gods

zijne engelen !"

woestijn door den

iceg.

Satan!" zoo sprak

»want

zult gij aanbidden, en

gij,

de

in

er staat geschreven

Hem

Dit persoonlijk bestaan der engelen nu houdt zelfbewustzijn

ben vnv mede-

ik

»Ik ben Gahriël, die

:

hij

in,

:

alleen dienen."

ten eerste dat ze

er is

doet, doet hij

;

hij

geeft zich

niet tegen zin

gelijk de engel bewustzijn heeft van zijn eigen bestaan

en eigen handelen, zoo heeft

hij

evenzeer bewustzijn en kennisse van

wat om hem heen onder zijn mede-engelen, en voor zooveel noodig van wat op aarde onder menschen geschiedt. Zonder toch te beslissen, in hoever de kennisse der engelen geheel ons menschelijk aanzijn op aarde omvat, staat toch vast, dat ze de

van

hoogte

zijn

van den toestand

te

hun verschijningen, geheel op midden waarvan ze optreden, en bij

oogenblik tot oogenblik merken, wat er

om hen

heen geschiedt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's

De engelen Gods - pagina 110

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's