Het Calvinisme - pagina 75
HET CALVINISME EN DE STAATKUNDE recht van den sterkste. Zooals
heerscht
in
de
woud, heerschte
het
over het weerlooze
tijger
ooic
71
hert
aan de oevers van den
Nijl
een Pharao over de voorouders der Fellahin van Egypte. Ook kan geen groep van menschen door overeenkomst, uit eigen hoofde, u
gehoorzaamheid aan een medemensch dwingen. Of wat zou het mij dat voor vele eeuwen een mijner voorvaderen een staatkundig verdrag aanging met andere lieden uit dien tijd? Als mensch sta ik fier en vrij tegenover eiken medemensch. Ik spreek niet van het gezin, want hierin heerschen natuurlijke banden, maar in den staatskring zwicht en buig ik niet voor wie mensch als ik is. Gezag over menschen kan niet uit menschen opkomen. Ook niet van de meerderheid over de minderheid, of toont niet de historie schier op elke bladzijde dat juist de minderheid gelijk had? En zoo voegt zich dan bij de eerste Calvinistische stelling, dat alleen de zonde het optreden van het Overheidsgezag noodzakelijk heeft gemaakt, deze tweede niet minder gewichtige: dat alle Overheidsgezag op aarde tot
binden,
eeniglijk afvloeit uit de souvereiniteit Gods.
Als
God
mij
zegt:
Gehoorzaam, dan,
ja,
buig ik diep eerbiedig
mensch te na komt. Even smadelijk toch als ge u verlaagt door te bukken voor een menschenkind, wiens adem in zijne neusgaten is, even hoog het hoofd zonder dat dit mijn persoonlijke eere als
het u, zoo ge zwicht voor het gezag van den Heere des hemels en der aarde. Zoo blijft het dan bij het woord der Schrift: „Door Mij regeeren de koningen," of ook bij het woord van den apostel: „Alle macht die er is, is uit God, zoodat wie zich tegen de macht stelt, God wederstaat." De Overheid een instrument van gemeene gratie, om de ongebondenheid en den gruwel te stuiten
verheft
den goede tegen den kwade te beschermen. Maar zij is meer nog. De Overheid is bij dat alles door God ingesteld als zijn dienaresse, om het kunstwerk Gods in zijn schepping der menschheid voor algeheele vernieling te bewaren. Het zijn Gods ordinantiën, en
het
is
Gods
bestel, het is
Gods
gerechtigheid, het
is
Gods
eere als
Opperste Kunstenaar en Bouwmeester, die door de zonde worden aangerand. En nu stelde God magistraten in, om tegenover dat
woelen der zonde aan de Overheid
Daarom
zijn gerechtigheid te zelfs
regeert alle
handhaven, en geeft daartoe
het ontzettende recht over leven en dood.
Overheid
in
keizerrijken
steden en in staten, „bij de gratie Gods."
een heilig karakter. En daarom ook
is
en
Daarom
republieken,
in
draagt de justitie
een iegelijk onzer
tot
gehoor-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's