De engelen Gods - pagina 107
WE7.EX EX PERSOONLIJKHEID.
voor
ZOO
blijft,
heerschappij
na,
als
over
Oi^n
(Hoiendc.
geseliapene
liet
blijft
geest,
103
en het uitoefenen van
even vreemd aan zijn wezen,
voor den mensch natuurlijk
als deze heerschappij
is.
hiermee de positie der engelen aangewezen, dan dient thans de
Is
vraag ter sprake
te komen, als hoedanig wij ons \\Qi icezen der engelen denken hebben. Afdoende zal het antwoord op die vraag nooit kunnen zijn. In het v/ezen van een ander soort wezens, dan waartoe
te
zelven
Ave
verstaan
wat
behooren,
en
helder
zóó
in
te
dringen, dat
doorzien,
is
onmogelijk. Het
hun natuur recht
Avij
ook hier
blijft
bij
de heilige apostel zegt, »dat alleen de geest des menschen weet
wat
in den mensch is". Zelfs in het wezen van een dier is het ons gegeven dan zeer oppervlakkig in te dringen, en juist omdat de engelen een ander soort wezens vormen dan w^ij menschen, moet ook niet
hier
beleden,
»dat
alleen
engels is". .Slechts
de
van den engel Aveet Avat des manier van vergelijking kan het ons gelukken,
bij
geest
enkele
trekken die de Schrift ons zien laat, zeker ZAvevend beeld van het Avezen van den engel op te maken. uit
En dan nog soort
zachte,
manlijke als
Avel,
of
dient
allereerst protest te Avorden
algemeen
vrij
heerschcnde
zAveemende
men
meer
schuchtere,
wezens
een engel
bij
voorstelling,
naar
waren.
Heilige
Schrift
eu
aangeteekeud tegen de engelen
de
alsof
vrouwlijke
dan
een
naar het
Tot die voorstelling komt men
voorkeur met een aanminnig kind vergelijkt
met een »engel van goedheid"
der
het
vaao-
vereenzelvigt,
maar het getuigenis in. Immers
gaat lijnrecht tegen die voorstelling
volgens
de Heilige Schrift hebben we ons den engel veeleer onder het beeld van den krachtigen, met hoogen moed bezielden, energieken
man,
in de vaag zijns levens, te denken. Hoor, maar, hoe het in Psalm 103 heet: »Looft den Heere, zijne engelen, gi] kmchti<je helden, die zijn Avoord doet, gehoorzamende de stem zijns monds". Niet alzoo de schuchtere, schuilende vrouw, en veel min het blozende, schroomvallige kind, maar veeleer de krijgsman, de held, de dappere strijder
geeft
u
het
deinzende,
van
veerkracht;
heiligen
engelen
moed. als
heirscharen\ wij
waarin
beeld
ge
maar vooruittredend;
zouden
niet
De
u
den
engel
hebt
te
denkeu. Niet
maar glanzend schuchterlijk opzij gaande, maar blinkend van Psalmist gaat daarom aanstonds voort, Gods niet schier inziukend,
een legerorde toe te spreken: »Looft den Heere, al zijne
En
in
noemen
Ps.
68
worden de engelen Gods
zelfs
met
Avat
het zware veldgeschut vergeleken, als het heet,
dat »Gods u-agens boven het luchtig zAverk, tien en tien maal duizend sterk zijn, verdubbeld in getale". Onder die »wagens", toch verstond
de
Psalmist
niet
anders
dan de engelen Gods, en het beeld van die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's