De overheid - pagina 446
LOCUS DE MAGISTRATU.
428 Er
namelijk
zijn
omdat
gruwen,
lieden
daarom
die
alleen
van Servets brandstapel
iemand van het leven
is
En daarvan nu zegt de heer Van Velzen onder onze
ven.
dat
hij
voor
tegen
argument geen oogenblik
beroo-
volle instemming,
den weg gaat.
uit
moordenaar onthalsd worde, wat
een
om
ter
wereld zou er dan
een onverlaat, die tegen de hooge majesteit van het eeuwige
desnoods op staanden voet, het zwaard door den doen verstommen.
durft spreken,
steken en te
Verder wordt tegenover deze quaestie,
dan
niet
te
het door alle eeuwen, in alle landen billijk en naar recht heeft
dat
zijn,
Wezen
dit
men
Indien
gevonden,
te
vele
het zoo wreed, zoo akelig
om
Van Velzen aangetoond,
dat het niet aangaat in
zich uit de moeilijkheid te redden, door te zeggen
in het aller-alleruiterste, ja,
zoo het
315—332
No.
:
„Doodstraf
uiterste geval, dat het geval nooit
voorkomt", maar dat de eenige beslissende vraag
De jaargang 1884
is
:
Wat wil de Heilige Schriftuur?
Jan.— 4 Mei) bevat eene reeks
(6
strot
artikelen
over deze vraag
„Machtigt
de Heilige Schrift onze Overheid
om
strafrechtelijk
op
te
treden
in
zaken des geloofs?", waarin wordt uiteengezet, wat naar de analogia
te
dezen opzichte de van Godswege No, 333 bevat ten slotte 20.
in zijn Heilige Schriftuur
Deze geheele quaestie wordt verder ook
660—680 25 Mei— 18 nu
aansluiting
In
aan
gestelde eisch
is.
nog een ingekomen schrijven van den heer Van Velzen. principieel uiteengezet in een
reeks artikelen van „de Standaard" onder het opschrift: NO.
fidei
Is
dwaling strafbaar
Juni 1874. het voorafgaande zullen
we daarom
hier alleen het
algemeene standpunt aangeven.
Het algemeene standpunt lo.
dat
men
is:
bespreking van deze quaestie te onderscheiden heeft
alle
bij
tusschen seductores en seducti.
Ze beroepen zich hiervoor op 2 Tim. 3 vs. 13. 20. Onzen vaderen maakten onderscheid tusschen afwijking of bestrijding van de waarheid van meer en minder ernstige geaardheid. Dit was dus een gradueel verschil naar gelang het de
een
of
3
.
ander punt
in
de
peripherie
van de belijdenis der waarheid raakte.
Verder tusschen de privatim errantes en degenen, die
optraden en daarmee hun is
fundamenten van het ge'oof, de geheele confessie
aan
1
clusie, dat
Tim. 6
vs. 3.
ketterij
als erepGSiSaa-KxXoc
dreven, eene onderscheiding, welke ontleend
Door middel van deze
drie
kwamen
de actie van de Overheid zich eigenlijk alleen
ze tot de con-
te richten
had op de
haeresiarchen en op hen, die openlijk Godslastering dreven, en met betrekking tot
deze haeresiarchen en blasphematores leerden onze Vaderen, dat de Over-
heid deze moest coërcere et pleetere.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's