"Ons program" - pagina 372
356
's
En
hoe
toch,
kolonie beslaat,
productie
in
blijkens
er,
woest en
het
tot
is
het
West-Indië
een
mag
geldt
zegge:
is
het in deze heerlijke
op den bodem
het
die
tien,
Nederland,
bebouwing;
in
wonen
toe;
plantage
aan de Saramacca
jaarlijks
afgoderij bij
neemt
plantage
ligt
op het jammer-
is
tonnen bijpassen; en naar
eenige
onze publieke opinie reeds
in
in
meer men-
niet
overtreft er de geboorte; de
sterfte
verslag,
kolonisatie
Nederland
gaan
de
Mijlen,
van vroeger gedaald; de
tiende
koloniaal
de
10,
heel
als
ééne Utrecht;
op
laatste
te
geogr.
meer dan groot
zoo
verlaten;
mislukt;
lijkst
D
2800
de
weinig
vijfmaal
dan
schen
Van
er
zijn
een land,
ellendig en schreiend droef
bitter
gesteld!
RIJKS BEZIT OVER ZEE.
zoo door-
als
slaand bewijs van algeheele onbruikbaarheid, dat ook de sociale toestanden er waarlijk niet schitteren.
was
Eerste oorzaak hiervan
ongetwijfeld de te groote weelde, die in het
midden der achttiende eeuw de toenmalige kolonisten verslapte en
zenuwde
;
hun de kracht roofde
die herhaalde oorlogen; door
ductie-uitvoer;
met
om
belemmering van de slavenmarkt en van pro-
zich brachten; en ze al te willig, door verpanding
hun goed aan Amsterdamsche vreemde beurs. Vooral
kapitalisten, onder de
1770 werd
in
ont-
het hoofd te bieden aan de tegenspoeden,
dit
macht
van een
zett'en
opnemen van Amsterdamsch
een razernij, die in weinig weken schier heel de kolonie
om
van
geld
haar onafhan-
van 50 millioen (= thans 150 millioen) op
kelijkheid bracht, en een schuld
het bebouwde erf vestigde.
brak
Dit
de
natuurlijk
Voor vreemden werkt men
energie.
dunden de kolonisten en kwamen de zetbazen industrie en
landbouw
onteigening
de
;
hierdoor
week het
koloniale
was
luister
sloopte toen het weinige dat nog
moening veld winnen, dat
richten.
Meer
manen
reeds gedacht!
§ 278.
Verg'elijking'
En
dan eens
voor
toch,
pit uit
en het resultaat was, dat reeds lang voor de slaven-
;
gebluscht. Die onteigening,
de gelden natuurlijk meest aan Amsterdamsche heeren ten goede
de
Zoo
niet.
is
;
met deze over
kolonie niets
haar
meer
vooral
verkoop,
tijdlang
viel uit te
door
Indo-
met Britsch-Guyana. een
zulk
was staande gebleven en deed een
er
zelfs
waarvan
kwamen,
moedeloos en onvaderlandsch oordeel bestond
allerminst oorzaak.
Vlak
naast Suriname
ligt
Demerary, Berbice en Essequebo,
ons toebehoorend, en nu onder Engeland gekomen; gelijk deelden, er
en
ook
wel
Suriname
met Suriname
in een ver van bloeienden toestand verkeeren,
dan toch merkbaar beter aan toe Terwijl
lot
die; vroeger
bij
ons
maar
zijn.
bedelen
moet,
komt
Britsch-G'uyana
uit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's