De overheid - pagina 208
LOCUS DE MAGISTRATU.
190
a.
Ps. 2 VS.
4—12.
In
VS.
6
sprake
is
van
een
wordt en over een bepaald
Nu
wordt, nadat
rijk gaat.
"itJ'np-in jT^^-^y.
7 de Zoon zegt, dat
vs.
in
een regeermacht, die intussclien beperkt
'^^D,
dit
koninkrijk voortvloeit
de D^V
over
Daarover wordt
bestaat.
maar over de m^^?? der
Aan de eene oefenen.
zal Hij
zij
was ook
Dit
in
De
wetten
te
van
opzichte
maar
;
de
krijgt
D^i;
zal Hij
er
niet
macht
tusschen
tot
uit-
Israël
en
m;nx] m^n: aan
over en had geen recht daar
is
hier
de Messias Koning over Zion, maar
Hij
een
macht,
die
niet
't
te
karakter draagt van
maar van algemeene heerschappij.
koninklijke,
9 wordt de explicatie gegeven, hoe
In VS.
zij
Israël het verschil
waren eveneens
laatste
regeerde
hij
Zoo ook
stellen.
echter niet als ^712 gesteld,
aan de andere
symbolisch
't
de
eene andere macht gegeven.
regeer en,
de cijnsplichtige volkeren.
David geschonken
Hem
wordt
d;'i;:
Christus
uit
ook een gezag
Constitutio Mediatoris, in vs. 8 tot den Messias gezegd, dat er
Hij die
door nnin en nn, maar door een ijzeren roede. een pottenbakker met
zijn
Ook
"'^3.
hier
macht
zal uitoefenen, niet
Daarmede gaat
hij
om,
gelijk
wordt dus geen indruk gegeven van
een georganiseerde regeermacht, maar van een uitwendige macht, die heerscht,
De
Vs. 10.
den \nH niteit
ü^p^p blijven, Christus
wordt gezegd,
''ü2U^'
niet dat
komt zij
niet in
hunne
Den
plaats.
U'^'D^rp
en
gehoorzamen moeten aan de souverei-
van Christus, maar dat ze die zullen eerbiedigen, dat ze wijs zullen
zijn
en zich zullen laten kastijden. In vs.
volgt de tegenstelling,
11
moeten Qniy moest
was,
"^P"!"^^*^
hem.
d.
z.
onderdanen
Hem
stellen,
de koningen der in
Christus,
De koningen
der aarde
van Christus, maar
er staat juist
weest onderdanen van „Jehova".
Kussen beteekent hier zich met
z.
zich
w.
het aankomt.
Volgens de voorstelling, alsof Christus Koning
?
„weest
:
waarop
Ten opzichte van den Zoon
tegenover
D^i;i
Van wien
staan
er
my
Vs. 12.
w.
zijn.
D^iJi
staat er niet T\2V
Hem
maar
ipis^:,
d.
i.
kust
verzoenen, zich niet als vijandige
een teeken van vriend- en bondgenootschap,
blijven
onderdanen van Jehova
;
daarbij
d.
moeten ze
vriendschappefijke en bontgenootschappelijke betrekking plaatsen met niet
omdat ze
Hem
de macht van den Messias
van hunne
rijken
bij
anders ongehoorzaam zouden
zijn,
maar omdat
het ontbranden van Zijnen toorn op vernietiging
zou uitloopen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's