De overheid - pagina 218
LOCUS DE MAGISTRATU.
200
(De uitdrukking grootvizier wordt van de voorstelling gebruikt).
De
vorsten
suzereine
uit
hier natuurlijk slechts ter verduidelijking
Nebu-
het Oosten, b. v. Ahasveros, Salmanassar,
kadnezar en Sanherib hadden vele koningen onder zich.
was nu hun
Feitelijk
Door hem stond de Suzerein met Toch waren de koningen koningen wat betreft het formeele en qualitatieve de grootvizier was de rechterhand van den Suzerein. Onze rechterhand doet alles, maar daarom is ze ons „ik" niet. Zoo ook gaat grootvizier machtiger dan al die koningen.
koningen
die
verband.
in
;
door den grootvizier
alles
De
hij
;
„Naam des Konings".
handelt in
sultan van Djokjokarta of Soerakarta in onze Oost heeft toch een konings-
macht,
al
ook nominaal, want
die
is
staat
hij
onder
de
Y.pkroq
van onze
regeering.
Aldus moet het
opgevat worden.
Iv Sei^tA
Christus als grootvizier
is
feitelijk
degeen, door
Wien God
de vorsten der aarde, hel en over de engelen uitoefent. universeele regeermacht, die
God
uitoefent door den
macht over
zijne
Het
is
de cosmisch-
h Sb^m gezeten Christus.
Het
koningschap van Christus over Zijne kerk moet daarvan onderscheiden worden. Hebr. 2 vs.
h.
8.
wordt geciteerd
Hier
Adam
uit
Ps. 8 vs. 5
Adam had macht
van regeermacht.
—7
en
is
sprake van organische, niet
over het planten- en dierenrijk, niet alsof
koning van de dieren was, maar zijne macht moest
hij
hierin tegenover
dat hij ze door zijn geest temde en in bedwang hield. macht aanwenden, opdat hij niet door planten- en dierenwereld zou beheerscht worden tegenover de dieren, opdat zij hem niet opaten, tegen-
de
dieren
Hij
moest
gebruiken,
zijne
;
over duidt dit
hij
de
plantenwereld moest
dus
de
nog
zondeval
niet ziet, vjv Sè
o-Iitt^
zp^^ynv
vernietigde het menschelijk leven enz. In vs.
wij
uTroraa-a-ety in
olIt'^ü
t-j.
niet
hebben.
leed en voor ons in den
onderworpen.
Over het
dood
De
is
zij
dieren aten de
gebroken
menschen
Al het cosmische
op. bezit,
aan
Hem
die
lijden
zoodanig
als
npcuroq. tal
van andere
de Schrift toegevoegd, maar de momenten, waarop het aankomt
thans genoegzaam aangegeven en de weg gang der zaken duidelijk na te gaan.
De groote
is
aan de rechterhand Gods kunnen hieraan nog
zijn
stelling
8
het gif
;
onze menschelijke natuur aannam, ons
ging.
Daarin bestaat Zijn
zitten
uit
Hij, die
vs.
Na den
ttxvtx -uTroTiTxyfiivx.
9 vervolgt de Apostel, dat Christus de heerlijkheid en eere
nu nog
plaatsen
Het
vervolgens van den mensch gezegd, dat
macht aan den mensch ontnomen,
deze
is
het gif bedwingen.
hij
Nu wordt
Kpy.rcg aan.
voldoende gebaand
waarop het nu aankomt is, dat er t w e e ë r e omtrent het afdalen van de macht.
quaestie,
bestaat
is
1
i
om den voor-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's