Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 163
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
!
„A'ERDEOOGD ALS EEX POTSCHERF
!"
155
dragen." En als ge dat diep hebt ingedacht en er iets van in de ziel ervaren hebt, hoe ge eeuwigiijk onder den schrikkelij ken toorn Grods bezweekt, zie dan eens, om n heen, op die andere kinderen Gods, één voor één, hoofd voor hoofd, en vraag u af wat deze, en wat die en wat die andere, eenwiglijk nit den wijn van Grods toorn had moeten uitdrinken, indien er geen verzoening ware gevonden. En voeg dan in uw gedachte, voor uw besef, eenigermate zelfs voor uw verbeelding, zoo ge kunt, al dat eeuwig naamloos lijden saam tot een ongemeten oceaan van schriklijke zielsbenauwing en dan zult ge er wellicht iels van verstaan en doodsbeklemming, kunnen, één druppelke uit den emmer, van het onuitsprekelijke diepe lijden des doods, waarin uw Jezus onderging, tot hij gelegd wierd in het stof des doods. Want dat lijden droeg hij. Van dien oceaan van naamlooze smarte is hem geen druppel gespaard geworden. Dat was die drinkbeker, waarvan hij in Grethsémané smeekte „Yader! indien hi] niet kan voorbijgaan, tenzij dat ik hem drinke !" Al wat op ons eeuwigiijk zou zijn uitgegoten uit de holen van Grods gerechten toorn, dat is uitgegoten op hem. Zoo eerst verstaat ge Golgotha
—
:
(^'
Heilige Gleest gebruikt een roerende beeldspraak, om ons eenigermate te doen besetïen, als Hij spreekt van Christus als
De
dit
in zijn levensJcracht rerdroocfd f/eJijk de potscherf.
Wat
toch houdt dat beeld in? u. staat een oven, waarin uit slappe klei door sterke gloeiing hard vaatwerk wordt gebrand. Tot dat doel wordt die oven tot zengingshitte toe gestookt, tot ten leste alles wat er inkomt schroeit en ineenkrimpt en zijn laatste vochtdeeltje uitperst. En nu kwam men met den leemen pot aandragen, die kunstig gevormd, nog in zijn grijze leemtint, vochtig en daardoor slap is. En nu gaat die leemen pot in den oven. In dien oven grijpt de verzengende hitte dien leemen pot aan, trekt alle deelen vocht er uit, schroeit hem grauw en rood, en brandt hem, tot hij hard als graniet is. Tot de hitte eindelijk liaar taak afdeed, en de leemen pot een steenen pot wierd, en dan moet hij er uit, want anders mocht hij
Voor
bersten.
Maar
zie
nu
springt
en
schilfert
soms van zulk een pot een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's