De overheid - pagina 73
§
De
2.
gratia communi.
aarde zich tot een klein deel der aarde betrekken
moeten gekomen
liet,
dat ze van elders
blijkt
mag men dan ook
zooverre
In
zijn.
55
nooit zeggen, dat de
geologische en fossiele onderzoekingen de waarheid der Schrift op lossen voet zetten
neen, ze zijn een sterke bevestiging van de echtheid der Schrift.
;
beantwoordt de
Vervolgens
kennen
leeren
heeft
en
men haar
gelijk
nader onderzoek
bij
toestand der aarde zich op grond van de
de
onderzoekingen vertoont, niet aan de idee van oorspronkelijke Schep-
fossiele
Anders toch
ping,
wereld,
gelijk
was
verstoord
zou
en gelijk nu nog wat de natuur
;
geacheveerd en keurig
Een harmonisch evenwel
is
zoo zou
de plantenwereld voortbrengt,
in
cachet dragen.
alles het goddelijk
bestaan en dat goddelijk cachet draagt de aarde
innerlijk
nader onderzoek
bij
zuiver en afgerond iets vertoonen, wat niet
een
ze
zoodat
niet,
men
reeds buiten de Schrift
zeggen, dat de aarde zóó niet uit de handen van den Schepper
Omtrent de
commotie
laatste
veel in de Schrift meegedeeld,
was neptunisch
Schrift in ^
't
de parousie des Heeren wordt ons tamelijk
cf.
2 Petri 3
De
meent,
laatste
stand
is
was
het
bij
:
zijn
dat
alle
aarde nog op
op
spiratie
't
tot
komen
tot stand zal
den
nog
dan leeren
na,
de dikte
niet
dalen
en oceanische bekkens,
in
in
menschelijk
der
vulcanische aardkorst
aarde
niet
gebeurtenissen
gedurig
heeft, die
bergen en
aangezicht heeft in
m.
;
a.
in
de
de korst
verhouding
tot
krachten
doen veranderen.
't
bij
Cf.
in
de
geheel trans-
w., dat in vergelijking
is,
dat het
bij
dat
de inzin-
den boezem der aarde verbergen,
aanzien komt.
tot
onze huid
al
verre na niet de afmeting hebben, die het zweet
op de aardkorst vertoont, zoo onnoemelijk klein
afmetingen
ze, dat
omvang van ons menschelijk lichaam en
de onmetelijke krachten, die zich zich
ver-
tijd
de andere door vuur.^
;
den aardbol, zich vertoonend
op
vlakten,
in
de
laat
de groote commotie door het element van water
vergelijking tot haren bol
verheffingen
kingen der
in
vergelijking
in
Hier wordt gezegd,
den Zondvloed voor-
brengen van den vloek,
het
Gaan we de enkele gegevens der geologen bezit
13. bij
twee richtingen, de Plutonische en de Neptunische.
gekomen en wederom
der aarde
12,
Wat
20,
zijn.
van opinie, dat de aarde over korten of langen
zijn
Onder hen
zal.
kan
midden.
(De geologen gaan
hoe
;
om
voortgekomen.
bij
dat de solutie van de wereld plutonisch zal viel
is
al
met wat
de groote
Nog toonen de tegenwoordige
het
binnenste
der aarde, die de
plotselinge wegzinking van het
eiland Krakatau.
Lezen
we
dan
is
nu
bij
de beschrijving van den zondvloed, dat de sluizen des hemels
fonteinen des grooien afgrands opengebroken zijn {G^n.l 11), er geen sprake van een sterken regen, noch ook van een zeker zwellen
geopend en
alle
van meren en zeeën
:
;
want wanneer het gansche
aardrijk
met water was over-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's