Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

"Ons program" - pagina 166

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

"Ons program" - pagina 166

2 minuten leestijd

BUDGKïWBIGERIKG.

150

Een wet

toch, dit gevoelt ieder, is een rechtsbepaling,

waardoor een nog onzekere rechtsverhouding

verbod,

dan gebod of

't zij

den lande blyvend

in

geregeld wordt.

Maar oen wet, zooals onze begrootingswetten, voor één de credietwetten voor

bij

vijf

„wet"? Wat heeft dat met een „wet"

een

jaar, of zooals

en twintig weken, in trouwe, wat

dat voor

is

maken? Wat kan

te

dat voor

een „wet" ooit anders dan de belachelijke fictie zijn?

Bovendien,

wie

en

man

zijn

bij

wetsschennis de strafbare personen? Antwoord: één enkel

Nederland,

in

voor wie wordt dan die „wet" als wet nog gegeven,

let er op,

w. de betrokken minister.

t.

En wat nog dwazer en ongerijmder

Grondwet

de

stond,

als

wet komt dan

die

is,

wat reeds wet was,

nog eens wet maken

gevallen

b.v.

de begrootingswet nogmaals zes ton

in

aan den Koning wordt toegekend, die hem reeds gewaarborgd was eerste

wet van

Staat.

We

aarzelen

dan

ook

geen

van

in tal

of zelfs reeds in

oogenblik

het

uit

kenmerk van wat een „wet"

wet

onze

onze

dat

spreken,

te

bij

maakt,

begrootingswetten

schier elk

missen,

en

anders dan besluiten van de Staten

om

de

valsche deeling der machten vol te houden, te kwader ure in den

wets

vorm

niets

geen volk"

derhalve te verdwijnen, en ze zal

fictie dient

ons

in

publieke

recht

weer erkennen

zal,

Kamers", maar „Staten

„'Wetgevende

men

ongedwongen weer

ook

naast, en desnoods tegenover het

het volk

staat,

wil

of,

oorsprong onderscheiden

ter

zoodra

van

het

twee

zijn,

representatie

tot

zijn,

goed, over alle ding dat van

Ze zullen dan niet langer,

naar buiten

belangen?"

dan

zich

zullen deze Staten, kort en is,

als

de

als

verhandelen en besluiten,

te laten

binden.

door 'sKonings

Koning

mond

in een zelfstandig besluit

de Koning vraagt: „Staten van mijn

tegen dit mijn voorgenomen huwelijk geen nationale

zullen

Staatsblad

En evenzoo

gelijk nu, slechts

maar ook tot den

blijven

arbeid.

hun competentie

kunnen spreken, en

verzetten

niet slechts in

maar ten einde toe onbekwaam

zonder zich langer door den fictieven wetsvorm

in een wetsartikel,

bij,

Paleis van de Kroon, een Huis van

het nog aanwijzing?

behoeft

het inzicht komen, dat er

men, dat „Koning" en „Staten"

vermenging van hun macht en hun

En dan

het

dit vanzelf,

dat onze Staten-Generaal

weer het besef door, dat volk en overheid

eenmaal

Dringt

land!

men,

die

zijn.

dan zal

tot

maar

gegoten heeft.

Ook deze

men

tot

zijn,

die

zeggen:

Staten zelven, en niet de Koning voor hen, in

„Neen, Sire! God Almachtig zegene

Koning door

zijn mini-sters vraagt:

uw

echt!"

„Staten van mijn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's

"Ons program" - pagina 166

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's