Het Calvinisme - pagina 49
HET CALVINISME EN DE RELIGIE het
in
die
somberheden inging, zich
vallei der
45
te
goed doen aan
zingenot, zotheid en pret.
Vlak hiertegenover nu het
religie
er
De
is
volstrekt
om God, dan moet ook
heel de schepping
om
ons
schepping en te
wat
eere geven.
En hoe dan ook de zonde geheele stukken der Gods eere ontrooft, de eisch en het ideaal blijft,
dat alle creatuur in religie gedompeld zal ten
slotte
De
Maar bovenal de mensch, die heel deze leven in die schepping Gode priesterlijk heeft
heen.
alle
wijden.
schepping aan en
Gode
vogelen daarboven. Zon, maan en sterren in het firmament.
natuur toe
plaatst zich het Calvinisme, dat voor de
universeele karakter handhaaft. Bestaat al
als
het
religieuse
offer
zijn, religieus zal
op het
altaar
bestaan,
van den Al-
Een religie die uitsluitend gevoels- of daarom voor den Calvinist ondenkbaar. De heilige zalving van den priester der schepping moet zijn baard en kleederzoom doortrekken. Geheel zijn wezen, in alle vermogens en krachten, moet van den sensus divinitatis doortrokken zijn, en hoe zou dan zijn bewustzijn, de Logos in hem, het van God in hem machtige
wilsreligie
zal
zal
nederliggen. zijn,
is
stralend licht des denkens, vatbaar zijn voor uitsluiting ? Zijn
God
den ondergrond van het gevoel en in de buitenwerken van de wilsdaad, maar niet in zijn zelfbesef, in het centrum van zijn bewust en denkend wezen zijn God wel in de wereld des gevoels en in de wereld van zijn ethisch bestaan, maar buiten de wereld wel in zijn zelfbesef vaste uitgangspunten der gedachte gesloten voor natuur en practijk, axiomatische vastigheden voor de kennis der schepping, maar zonder vaste steunpunten in het denken omhet stond voor den Calvinist met vertrent den Schepper, loochening van den eeuwigen Logos gelijk. En werd zoo voor het orgaan der religie het volstrekt universeel karakter in de totaliteit van alle menschelijk vermogen gehandhaafd, even beslist bepleit de Calvinist dit universeel karakter van religie voor wat haar sfeer en haar kring onder menschen aangaat. Niets is geschapen, of God schiep het met een ordinantie voor zijn aanzijn, en het is die volheid der ordinantiën Gods voor alle leven, die alle leven wel
in
;
;
—
—
doet opeischen, om Hem te worden toegewijd. Van een religie tot de binnenkamer, de bidcel, of de kerk beperkt, weet Calvijn niets. Met den Psalmist roept hij hemel en aarde, roept hij alle volken en natiën op, om Gode eere te geven. In alle leven is God present met zijn alomtegenwoordige en almachtige kracht, en geen sfeer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's