De engelen Gods - pagina 23
GEEN ENGELENAANBIDDING.
hen
om
niet
eeren,
alzoo op één
sooH
als
van
men nu desniettemin, dat we aan onze Overheden hebben te wijden, slechts karakter draagt, maar dat de vereering die we aan de
vereering
een
die
burgerlijk
Engelen schuldig
van aard
reli(jiens
zijn,
is,
dan wordt hier een onder-
gemaakt van ver gaande strekking, en dat er toe leiden moet om de Engelen in onze schatting boven de natuur van het
scheid
en
zal oordeelen, en de
altoos ons menschelijk geslacht
verheven heeft. Stelt het Enffelenheir o
boreti
de
Woord voor
het
staan beiden
beweren, dat de Engelen,
mensch de Engelen
zegt, dat de
veeleer
Schrift
vleeschwording
te
den mensch staan, overmits de Heilige
boven
wezens,
het Gode beliefd heeft in
bekwaammaking aangaat
dienst en
en ook gaat het niet op
lijn,
ran
om wat
hunnentwil, maar
Wat
te leggen.
19
leidt,
aardsche schepsel te doen uitgaan.
Steeds plachten onze vaderen in verband hiermede te verwijzen naar
wordt
19
Openb. 19
staat opgeteekend in
hetgeen
ons
in
:
10 en 22
:
—
8.
In Openb.
apocalyptisch visioen het oogenblik geteekend,
liet
waarop de eindbeslissing ingaat. Johannes hoort van verre het gejuich gezaligden
der
den hemel, die roepen
in
:
»Hallelujah, de zaligheid,
en de heerlijkheid, en de eere, en de kracht
en
hij
Hem
mate aan, dat
hem
zegt:
hij
te
voelt
zalig
zijn
geven
;
en
valt
stonds, zacht bestraffend
niet. :
om
aan zoo machtig bevel gevolg
om hem
te
aanbidden.
Integendeel, de Engel antwoordt aan-
»Zie, dat gij dat niet doet.
uwer
en
is
Avond-
Johannes zich zelf geen meester
neder voor den Engel
hij
Maar deze gedoogt zulks mededienstkuecht,
die geroejien zijn tot het
zij
buiten staat
zich
hij
om
geheel ontroerd wordt, en als daarop de Engel tot
»Schrijf,
maal van de bruiloft des Lams." meer;
den Heere onzen God,"
Dit plechtig oogenblik grijpt nu Johannes der-
aanbidden.
te
zij
hoe de Cherubijnen voor Gods aangezicht nedervallen,
ziet,
broederen,
die
Mant ik ben
uw
de getuigenis van Jezus
Aanbid God. Want de getuigenis van Jezus is de geest der Toch was en bleef de indruk van Avat profetie" (Openb. 19 10). Johannes aanschouwde, zoo overweldigend en Avegsleepend, dat hij aan het einde van heel het apocalyptisch gezicht gekomen, nogmaals aan hebben.
:
de neiging,
weerstand
om kan
den Engel godsdienstige vereering toe bieden.
Immers
in
Openb. 22
:
te
brengen geen
8 en 9 lezen we:
»En
ik Johannes, ben degeen die deze dingen gezien en gehoord heb. En toen ik ze gezien en gehoord had, viel ik neder om te aanbidden voor
de voeten des Engels, die mij deze dingen toonde." het
de
Engel
zelf,
Maar ook nu
is
die onverbiddelijk dit religieuse eerbewijs tegen-
gaat, en evenals in Openb.
19:10 den heiligen apostel toeroept uw mededienstknecht, en uwer :
dat ge het niet doet, want ik ben
2*
»Zie,
broe-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's