De overheid - pagina 233
§ macht toekennen, karakter, munus,
God toekomt, maar dat zij, wat betreft haar qualiteit God tot Souverein hebben. Daarom wordt
die alleen aan
ambt en
is.
de uitdrukking „dienares Gods" laten de Overheden meestal allen nadruk
In
om daarmee
op het woord „Gods"
vallen
Op
geven.
te
215
origine magistratus.
de allereerste plaats de gedachte vooropgezet, dat de Overheid dienares
hier in
Gods
De
8.
zich zelf
haar goddelijk karakter
te
kennen
er natuurlijk tegen het droit divin niets te zeggen,
is
maar toch moeten we vooraf den nadruk leggen op het Smkovoc en Xuroupybq zijn. Zij zijn Overheden van Godswege, bij de gratie Gods, maar dienaren, ze hebben God boven zich en God tot eigenlijken Souverein en zij ministri hun macht nooit anders uit dan door zelf organen te zijn, waardoor oefenen ;
Gods Souvereiniteit wordt uitgeoefend. De Overheid is dus 'Siky.cvoc en Xziro-jpybc kanten
Het verschil tusschen deze beide hare verhouding tot de onderdanen
behoeve van het
bate, ten
van het volk zorg
bedwingen en
geen Xnro-jpyoc, daarentegen
is
tot ;
zijn
te
dragen en niet
in
toom
want
hij
te
'Stcny.ovoc
hij
de verhouding der Overheid
God den Heere
Xuro-üoyix
om om
houden.
helpt de
Xaroupyoc, want
dat
van
De Overheden
volk.
door God aangestelde personen
te
is,
God, haar dienende betrekking
tot
maar van twee verschillende
beide,
uit.
voor
't
X<xiq
zijn
voorstelt en 'kuroupyoq
en ïpyuv, werken ten
dus
Xitroupyoi,
omdat
zij
welzijn van het gemeentebest.
als executeurs het volk te bestraffen,
Een beul
^mkovoc van den vorst en
is
menschen de wereld
uit,
een burgemeester
zorgt voor het welzijn der burgerij en draagt
een meer oeconomisch karakter.
Ten tweede
20.
zien we, dat ze een absolute beteekenis hebben,
staat een absoluut verschil tusschen
wetgeving terug.
De tegenwoordige
goed en kwaad. juridische
Dit punt
beschouwing
want
komt
stelt het
er be-
later bij
de
voor alsof
is, wat de Overheid als recht verklaart, alsof de Overheid zeggen kon, wat goed en wat kwaad is, alsof er buiten het ius constitutum geen recht zou
recht
zijn. c/.XXk
De T'Zi
uitdrukking van VS. 3 Kxy,'})
oi.
yy.p apyjivrec oLk da-lv (pbfiog
rrl)
ao/aS-o) 'épyu)
ZOU dan aldus moeten opgevat worden, dat iemand, die doet wat
goed is en dat, wie daarentegen ingaat, tot de kwaden moet worden gerekend. De maatstaf, de toetssteen van het goede en kwade is dan in de handen van de Overheid. Daartegenover nu wordt hier van ro
de Overheid
voorschrijft,
ayxB-óv
gesproken,
kwaad,
een
zich aan
d.
w.
er
z.
ordinantie door
God onderwerpen
is
een absoluut onderscheid tusschen goed en
God daarvoor
gesteld
;
daarin moet de Overheid
en daarom moet ze Gods dienaresse
zijn.
Van de Overheid als zoodanig wordt verder gezegd oj yap sik?, ty,v fMa.yjx.ipof.v (popel. De wettiging van het zwaard dragen ligt opgesloten in de woor30.
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's