Het Calvinisme - pagina 115
HET CALVINISME EN DE WETENSCHAP
111
en aantrekt, neem dan slechts het beeld van de gierpont. Die pont wordt in beweging gebracht door den stroom die hem pijlsnel stroomafwaarts en ten verderve zou voeren, maar door den ketting aan te leggen komt de pont behouden aan de overzij aan, naar overzij door geen andere kracht geperst en gewrongen, dan op zich zelf haar zou verbrijzeld hebben. Zoo stuit God het kwaad, en is het God, die uit het kwade het goede doet voortkomen, en onderwijl wij Calvinisten, steeds onverbiddelijk onze zondige natuur blijven aanklagen, loven en danken we dien God, die een ordelijke samenleving mogelijk maakte en ons persoonlijk afhoudt van den gruwel, en die dit doet én om wat Hij in ons geslacht aan talenten verborg te doen uitkomen, én om in geregeld proces een historie der menschheid te doen ontstaan, èn om aan zijn kerke op aarde een plek te verzekeren voor het hol van
die die
haar voet.
Maar met deze tegenover
het
belijdenis
leven
te
komt de Christen dan ook heel anders
staan.
Dan
is
hem
niet
alleen de kerke
Godes maar ook de wereld Godes, en moet in beide het kunstwerk van den Oppersten Bouwmeester en Kunstenaar worden nagespeurd. Het is dan niet voor wie God zoekt, de theologie en de contemplatie,
om
alle
overige wetenschap, als van lager karakter
maar heel anders, een iegelijk die God uit zijn werk wil kennen, geroepen om, evengoed als de hemelsche dingen, óók de aardsche dingen met den ernst van zijn kennen te doorschouwen om ook in de natuur en haar wonder karakter, ook in wat menschenkunst voortbrengt, en in het menschelijk leven, óók in de sociologie en in de historie der menschheid, én de scheppingsordinantiën én de gemeene gratie van den God zijner aanbidding bloot te kunnen leggen. Zoo gevoelt ge hoe dit dogma der gemeene gratie op eenmaal den ban ophief, waaronder het buiten-kerkelijk leven gedrukt lag, op het gevaar af, om, bij reactie, soms zelfs een te eenzijdige liefde voor deze wereldsche studiën aan te wakkeren. Het werd nu verstaan hoe de gemeene
aan
de ongeloovigen over
te laten
;
;
oud-Griekenland en Rome schatten van wijsgeerig licht en schatten van kunstzin en rechtszin tot openbaring had gebracht, die uitlokten tot klassieke studiën, opdat de kennis en wetenschap van die heerlijke schatten ook voor ons haar profijt mocht afwerpen. Het werd nu ingezien hoe de historie der menschheid niet maar een schouwtooneel van bloedige hartstochten is,
gratie
in
ontstoken,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's