"Ons program" - pagina 490
DE SCHOOL.
474
houden Hollandsche schooljongens
zouden
hen niet wel eens
te
tot een guitenstreek tegen
indien de school zelve
zijn,
„meester" prikkelde.
De aanraking tusschen het kind en „den meester," zoowel en
kind
het
eenvoudig
werken.
te
men en
Er
dan
school
de
Maar op school
Men
dus
en
school
de
die
de
elke
school,
die
„meester,"
die
ook
de
in
ieder zich voegen naar den
verhoudingen
beide
besef
„geen
inprent.
er
Maar ook de kinderen
klas.
maken wel
heeft,
bij
dat
gang van het geheel" gewend het
naar ieders
iets inschikt
de orde laat gaan. Maar dat
Op school gaat de orde boven den
moet
en
haar
door
orde
„zich voegen naar den
een
men
boven
nu het hoogste belang
er
van orde. Want
aan de wet
leeren elkaar onderling dat „exceptiën"
Staat
dat
is
gang
dus deze zeer invloedrijke en deugdelijke eigen-
is
school
houdt
ooit
element voor den Staat, waar
kostelijk
meer.
niet
men niet;
schikt
„meester"
op een
van dat leven zijn?
zeer
den persoon
van het geheel. En het schap,
moet
Dat
beurt.
zijn
stilzitten
wel orde, maar toch een orde met duizend exceptiën.
is
op
gaat
persoon;
school
voor
aan went, en dat
feitelijk
eigenaardigheid juist
zitten; en wel
altijd
daar zoo weinig in aantal saam, dat
is
nu
vorming
maar één
ook
een goed gezin
in
het bijna
is
spreken
niet
zelfs
invloed op de
is
weinig gevarieerd, te
te
Maar hoe wil nu zulk een demping van het kinderleven
zoo.
rijk in
dan ook
is
veel op het hart of op het zedelijk leven
woelt en krielt alles in duizenderlei afwisselende vor-
Thuis
praten;
niet
om
spaarzaam,
te
dooreen.
school
andere kinderen,"
„de
en
tusschen
als
zijn
zijn,
in
Want
en buiten
En overmits
af.
burgers aan dat
mag geconstateerd,
van orde er inbrengt, nut afwerpt, en dat
orde
weet
houden,"
te
reeds
daarom voor
schakel zinkt.
Dat met deze „orde" ook een zekere „rechtspraak" saamhangt lijk.
Maar vooreerst bekleedt ook
plaats
naast het
huisgezin.
En ten andere zou de
meest builen en vóór de school onder flinke jongens
Wie
intusschen
onderschat
ook
was,
te
pas komen,
—
eigenlijke rechtspraak
aanbrengen voor verraad.
alle
oordeelen vergist
door het
duide-
en desaangaande nu geldt
zich.
mocht,
dat hiermee de beteekenis der school
Immers, de
eigenlijke beteekenis der school
voor den Staat, Hgt op een geheel ander terrein;
hetwelk
is
de school slechts een secundaire
hierin
wezen
zelf der school is
t.
w. op dat terrein,
aangeduid; op het terrein na-
melijk van het denken, het weten, het bewustzijn.
De niet
kant
school alleen zit.
denkbeeld,
is
een
om
te
leeren. Maar
„onderwijzende,"
Op een school dat
we
het
let
nu wel
op, dat
aan
dit „leeren"
maar ook wel terdege een „opvoedende"
zitten, wil toch
zelf niet weten,
zeggen: zich te wennen aan het
maar dat een ander
het voor ons
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's