Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 60
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
:
!
Eerst in dat wezen der waarheid, in dat booze karakter van de in die ontzettende beteekenis van den eed, en in dat satanische wezen van den meineed, moet ge u helder indenken, wilt ge het verstaan, wat het voor uw Jezus geweest is, toen Cajaphas hem in tegenwoordigheid van heel het Sanhedrin toe dorst roepen „Ik bezweer u bij den levenden Grod." Jezus op een eed gevergd Niet op den getuigeneed om anderer wil, maar op den eed over zijn eigen woord en wezen. „Ik beziveer u hij den levenden God, dat (jij ons -egt, of r/ij zijt Ieu(/en,
de Christus, de Zone Gods" Als Zone Grods was hij opgetreden. Als
Zone Grods had
hij
zich
aangekondigd. En nu stond het Sanhedrin tegen hem op, alsof het zeggen wilde „Dat beweert gij wel, maar onderwijl ge zelf weet dat het niet zoo is. Ge kunt, ge durft er geen eed op doen. Of durft ge, doe het dan. Ik hoogepriester Cajaphas, roep, ik vorder er u toe op. Ik bezweer u bij den levenden Grod. En nu van tweeën één. Yoor dien eed zult ge bezwijken, en daarmee zelf uw leugen bekennen. Of wel ge zult zelfs voor dien eed niet terugdeinzen, maar dan ook aan meineed en godslastering schuldig staan, en nog dieper wegzinken, dan gij dusver door uw valschelijk :
voorwenden van Zone Grods te zijn, reeds deedt." Zóó was metterdaad dat vergen op een eed bedoeld. Jezus moest er voor zwichten en bezwijken, of zelfs den meineed aandurven. Vandaar dat toen Jezus gezworen had, Cajaphas opvloog, zijn tabbaard stukscheurde en uitriep Hij heeft God gelasterd, om opstaande van zijn zetel, met al de leden van het Sanhedrin, op den meineedig gewaanden Jezus aan te vallen, en hem te stellen tot het mikpunt van allerlei ruwheid en spot. :
Yoelt ge nu wat grievende krenking, en daarin wat verscherping lijden, die opvordering op den eed, en die onmiddellijk volgende aanklacht van meineed, voor uw Jezus zijn moest? Ook u valt het hard, als men u op een eed vraagt, want elke eed dien men u afvergt, toont, dat men u in staat acht buiten eed onwaarheid te spreken, en de leugen boven de waarheid te
van
verkiezen.
Maar op
vi rust die last, omdat ge zondaar zijt. Ook gij voelt wel het krenkende van, maar ge buigt er u onder, om uwer zonde wil. Doch wat gansch andere gewaarwording moest het dan niet in
er
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's