Het Calvinisme - pagina 156
HET CALVINISME EN DE KUNST
152
dit
bewegingen en roerselen van het menschelijk
de
alledaagsche
hart na te speuren, en het ideale dat hierin school met zijn kunstzin te grijpen,
wereld
om
met de kunst van zijn penseel voor heel de maken wat zijn kunstzin er in ontdekt had?
straks
zichtbaar te
Zelfs de dwaasheid, en
tot
het drastische in dit menschelijk leven
werd nu, omdat het toch uit dat wondere, zij het al bedorvene menschelijk hart opkwam, motief voor kunstreproductie. Den mensch moest ook het beeld zijner verdwaasdheid vertoond worden of hij van zijn verdwazing zich mocht afwenden. Had men voorheen uitsluitend de geïdealiseerde gestalten van profeten en apostelen, van heiligen en priesters op het doek gebracht, als God den gemeenen poorter en den daglooner verkoor, moest ook de kop, de figuur, geheel de wezensuitdrukking van den man uit het volk gaan boeien en de menschelijke persoonlijkheid in alle rangen en standen worden overgebracht op het doek. En zoo ook, had men vroeger aller blik èn volstandig èn eeniglijk gericht op het lijden van den Man van smarten, nu ontwaarde men dat er een lijden ook in de gemeene ellende doorworsteld werd, hetwelk de interessantste mysteriën van het menschelijk hart deed uitkomen en ons het breede kader des lijdens toonde, dat ons in nog heiliger diepte de geheel eenige beteekenis van Golgotha deed verstaan. Geen kerkmacht leidde den kunstenaar nu meer, geen geldmacht uit het paleis bond hem. Het was de kunstenaar als mensch, die vrij onder menschen omwandelend, toe,
heel iets anders en veel
ontdekte dan
de
rijkers in
diepste
en achter dat menschelijk leven
zieners op het gebied der kunst eertijds
ook maar van verre gegist hadden. Voor Rembrandt school, gelijk zinrijk opmerkt, dat leven achter zijn sombere tinten, maar
Taine zoo
juist in dat
chiaroscuro greep
hij
dat leven zoo zeldzaam werkelijk
en innig waar. En zoo werd dan, dank zij de mondigverklaring der volkeren, dank zij den vrijheidszin dien het Calvinisme in het hart der volkeren deed ontwaken, in dat gewone, maar zoo rijke menschelijke leven voor de kunst een geheel nieuwe wereld ontsloten, en het is uit den rijken inhoud dier nieuw ontdekte wereld, dat de Nederlandsche schilderschool, door een oog voor het kleine en onbeduidende, door een hart voor het lijden van de menschheid te hebben, dien wonderen kunstschat op het doek heeft gebracht, die nu nog haar roem vereeuwigt, en den weg tot nieuwe kunstverovering
voor
alle
volken ontsloten
heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's